Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1.

Informeren

Onderdeel van Uitvoeringsplan Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016 en 2017

Het juist informeren van (potentiële) cliënten moet vanzelfsprekend in alle werkzaamheden een rol spelen, maar er zijn twee onderdelen die extra aandacht behoeven in de periode 2016 – 2017. Vóór de totstandkoming van Stroomopwaarts hebben de MVS-gemeenten een folder ontwikkeld over de aan een uitkering verbonden informatieplicht en de gevolgen van het schenden van die verplichting. In gang gezet door regelgeving en jurisprudentie zijn er al geruime tijd ontwikkelingen gaande, met name op het terrein van boetes. De geldende regelgeving geeft aan dat bij een schending van de inlichtingenplicht hoge boetes opgelegd moeten worden, maar de rechtspraak heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat in alle gevallen van boete-oplegging de hoogte van de boete moet worden afgestemd op de mate van verwijtbaarheid, alsook op het bedrag dat de overtreder binnen een redelijke termijn zou moeten kunnen terugbetalen. De minister van SZW heeft daarop een aanpassing van de regelgeving aangekondigd. Of de ontwikkelingen hiermee weer tot stilstand komen is nog niet duidelijk. Er zal derhalve doorlopend aandacht moeten zijn voor de ontwikkelingen en het up-to-date houden van het foldermateriaal. Het tweede aandachtspunt is gericht op het uitbreiden van de informatieverstrekking tijdens huisbezoeken. Handhavingsmedewerkers verrichten veel huisbezoeken, die in de bestaande praktijk veelal gebaseerd zijn op een signaal of een beredeneerd vermoeden van (dreigend) misbruik of oneigenlijk gebruik en gericht zijn op het vaststellen van een situatie die niet strookt met de verstrekking van een uitkering. Wanneer fraude daadwerkelijk vastgesteld wordt, is de sfeer over het algemeen zo slecht dat het goed is om het huisbezoek zo snel mogelijk af te ronden en te vertrekken. Als daarentegen vastgesteld wordt dat er –nog- geen sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik kan de gelegenheid te baat genomen worden om meer te doen dan alleen het onderzoeken van het vermoeden van fraude. Zo kan wellicht door het verstrekken van gerichte informatie voorkomen worden dat de betreffende persoon op termijn over gaat tot misbruik of oneigenlijk gebruik. Ook is denkbaar het huisbezoek benut wordt om signalen van armoede, schulden, gebrek aan huisraad, verwaarlozing van gezinsleden en andere misstanden op te pikken om die vervolgens, in overleg met de klant, binnen Stroomopwaarts of de andere partijen in het sociaal domein op de juiste plaats neer te leggen. Klanten kunnen ook worden doorverwezen naar bijvoorbeeld het Wijkteam of schuldhulpverlening.

Rechtspraak bij dit artikel