6.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering
Het college zal bij geconstateerde fraude op basis van het verstrekken van onjuiste informatie door de cliënt of zijn vertegenwoordiger (inrechte), een besluit tot verstrekking van een maatwerkvoorziening of pgb geheel of gedeeltelijk intrekken, met de volgende consequentie tot gevolg :
·het PGB of de kostprijs van de maatwerkvoorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen
Afzien van terugvordering
Er kunnen in individuele situaties dringende redenen zijn op grond waarvan van een terugvorderingsbesluit kan worden afgezien. Die dringende redenen kunnen alleen betrekking hebben op de gevolgen van de terugvordering voor een cliënt en het gezin of op de hoogte van het bedrag. Het moet in het eerste geval gaan om een zodanige bijzondere situatie dat terugvordering leidt tot onaanvaardbare financiële of sociale consequenties voor de cliënt. Lichamelijke en psychische klachten die al enige tijd bestaan en dus niet in het bijzonder het gevolg zijn van het terugvorderingsbesluit worden niet aangemerkt als dringende redenen, evenals de hoogte van de vordering.
Omdat in alle gevallen wordt teruggevorderd tenzij er sprake is van dringende redenen, zal het college niet zonder onderzoek voorbijgaan aan een verklaring van de huisarts van een cliënt inhoudende dat er sprake is van psychische klachten. Dat de klachten reeds voor de terugvordering bestonden en dat niet is gebleken dat cliënt zich na de terugvordering weer onder behandeling heeft gesteld maakt dat niet anders.
De omstandigheid dat cliënt (weer) in een schuldsaneringstraject is opgenomen is geen grond voor het oordeel dat de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële consequenties heeft ten aanzien van de hoogte van de vordering wordt de cliënt bij de aflossing van de schuld beschermd door de regels omtrent de beslagvrije voet.
Omdat het college altijd bevoegd is om het terugvorderingsbeleid vast te stellen, wordt bepaald dat het college uit doelmatigheidsoverwegingen ook afziet van terugvordering wanneer het terug te vorderen bedrag minder bedraagt dan € 25,- . Dit omdat in dat geval de uitvoeringskosten hoger zijn dan het terug te vorderen bedrag.
Wanneer op grond van dringende redenen wordt afgezien van een terugvorderings-besluit zal dit in een besluit, geen terugvorderingsbesluit, aan de cliënt kenbaar worden gemaakt. Ook als op grond van het kruimelbedrag wordt afgezien van een terugvorderingsbesluit, wordt de cliënt hier van in kennis gesteld.
Invordering
De wijze van invorderen van teruggevorderde bedragen vindt plaats op basis van de vierde tranche van de Awb: bestuursrechtelijke geldschulden. In een situatie waarin de cliënt niet terugbetaalt wordt dezelfde route doorlopen als op grond van het beleid bij Sociale Zaken op grond van de WWB / Participatiewet is bepaald.
6.2 Fraude en oneigenlijk gebruik (in –en terugvordering)
De gemeente heeft op het gebied van Jeugd een toezichthoudende taak op oneigenlijk gebruik van individuele voorzieningen en het PGB. Om deze taak uit te kunnen voeren is aansluiting gezocht met de sector Sociale Zaken(team handhaving). Qua proces zal zoveel mogelijk gelijk ingestoken worden evenals de inhoud op onderdelen, voor zover dit samenhangt met de Algemene wet bestuursrecht en _niet_ met de WWB;
Ook hierbij gaan we uit van de waarde die uitgaat van Hoogwaardig Handhaven en willen we bijdragen aan het voorkomen van misbruik en fraude.
6.3 Klachtenregeling
Indien een cliënt het gevoel heeft onjuist bejegend te zijn, kan men een klacht indienen. Klachten kunnen betrekking hebben op de handelswijze van de gemeente, dan wel van (een medewerker van) de aanbieder van een individuele voorziening. De gemeente legt de aanbieders van voorzieningen in de verordening op een onafhankelijke klachtregeling te hebben. Dit is meegenomen als eis in het inkoopproces, op deze manier wordt geborgd dat jeugdhulpaanbieders voldoen aan de in de wet gestelde eisen. Burgers met klachten over de jeugdhulpinstellingen moeten allereerst contact opnemen met de instelling zelf. Mocht dit niet tot een oplossing leiden, dan kan de burger zich wenden tot de gemeente. De klachtenbemiddelaar zal dan proberen een oplossing te vinden. Direct na ontvangst van de klacht wordt er telefonisch contact opgenomen. Soms wordt ook een bemiddelingsgesprek gevoerd. Binnenkomende signalen aan het adres van de klachtenbemiddelaar kunnen ook aan het sociaal wijkteam overgedragen worden voor maximaal leereffect en afwikkeling. Algemene klachten over het beleid of de beleidsuit- voering van de gemeente kunnen niet door de klachtenbemiddelaar opgelost worden. Deze signalen worden wel doorgegeven aan de beleidsafdeling.
Leeuwarden is aangesloten bij de Nationale (kinder)ombudsman als onafhankelijke ex- terne klachtbehandelaar. Hier kan een klager terecht als hij van mening is dat zijn klacht niet naar behoren is afgehandeld, of als hij het met de uitkomst niet eens is.
6.4 Vertrouwenspersoon
Als jeugdigen en ouders/verzorgers hulp en ondersteuning krijgen bij opgroeien en opvoeden is er – zeker in situaties waarbij sprake is van drang en dwang – sprake van afhankelijkheid. In een afhankelijkheidssituatie wordt het lastiger om het te hebben over dingen die niet goed verlopen in de hulpverlening. In die situaties moeten jeugdigen en/of hun ouders, vanwege die afhankelijkheid, kunnen terugvallen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon, die hen bijstaat. Deze dienstverlening is voor de cliënten gratis.
De kernwaarden in het vertrouwenswerk zijn de internationale rechten van het kind/de mens en het belang dat de cliënt voor zichzelf ziet.
De kerntaken van een onafhankelijk vertrouwenspersoon zijn informatie, advies, (klacht) ondersteuning te verlenen aan jeugdigen, ouders/verzorgers, (netwerk)pleegouders en rechtstreeks betrokkenen die hen daartoe verzoekt bij:
• Vragen, klachten of problemen inzake:
een individuele en/of collectieve beschikking van gemeenten;
de uitvoering van een onderzoek;
de uitvoering van de zorg, de (gezins-)voogdij en/of jeugdreclassering;
• Een klacht-, bezwaar- of beroepsprocedure.
Naast de primaire taak van individuele advisering en ondersteuning hebben de vertrouwenspersonen ook andere functies:
• voorlichting geven over de (rechts)positie van cliënten aan de doelgroep en professionals;
• tekortkomingen in de structuur en de toeleiding naar en/of uitvoering van de zorg en/of (gezins-)voogdij, voor zover deze afbreuk doen aan de rechten en/of de veiligheid van betrokkene(n), signaleren en waar nodig aan de Inspectie te melden en;
• tenminste eenmaal per jaar een rapport uit brengen ten behoeve van het kwaliteitsbeleid waarin de registratiegegevens en signalen staan vermeld.
Op grond van de nieuwe Jeugdwet is de gemeente de bevoegde autoriteit om een vertrouwenspersoon in te stellen. De Nederlandse gemeenten hebben ervoor gekozen om het vertrouwenswerk centraal, via de VNG, te regelen en in te richten. In Fryslân wordt het vertrouwenswerk belegd bij Zorgbelang.
De sociaal werker wijst de jongere en/of zijn ouders op mogelijkheid om de vertrouwenspersoon in te schakelen.
6.5 Bezwaar en beroep
Iedere belanghebbende heeft het recht als hij het met een beschikking niet eens is, in bezwaar te gaan. De gemeente streeft ernaar, voordat een negatief of afwijkend besluit valt, belanghebbende in de gelegenheid te stellen hierop te reageren, zodat de kans groot is dat door de gemeente gemaakte eventuele fouten hersteld kunnen worden. Bij een negatieve of afwijkende beschikking geeft het college, bijvoorbeeld door de be- schikking langs te brengen en uitleg te geven, een extra contactmoment. Bij het in bezwaar gaan bestaat de mogelijkheid samen nog eens naar het probleem te kijken. Tot slot bestaat nog enigerlei vorm van mediation, indien het college dat opportuun acht.
6.6 Inspraak en medezeggenschap bij aanbieder
Inspraak en medezeggenschap is geregeld in de Wet op de Ondernemingsraad en is ook van toepassing op de zorgaanbieders.
6.7 Escalatieproces
Het op- en afschalen van zorg en ondersteuning behoort tot de taken van de sociaal werker in samenwerking met de lokale expertpool/deskundigenadvies en de ketenpart- ners. Wanneer de problematiek complexer wordt en meerdere domeinen omvat, kan het zijn dat de uitdaging meer in het samenwerken zit, dan in het oorspronkelijke probleem van het gezin of de burger. In dat geval is helderheid over het escalatieproces van belang. We werken als gemeenten met de Aanpak ter Voorkoming van Escalatie (AVE).