Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5

Artikel 3.5.1

Financiële tegemoetkomingen voor vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Vaststelling van de regeling tot wijziging van de regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den Haag 2016

1.. Het college bepaalt de maximum hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van vervoersvoorzieningen aan de hand van de normbedragen in bijlage VI. Dit betreft de volgende voorzieningen: eigen vervoer of vervoer door derden; vervoer door middel van een bruikleenauto of open of gesloten buitenwagen; rolstoeltaxivervoer; begeleidingskosten. 2.. De financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als genoemd in het eerste lid wordt door het college, indien de voorziening voor een kortere periode wordt toegekend, naar evenredigheid verminderd. 3.. De financiële tegemoetkoming voor de voorzieningen met uitzondering van het rolstoeltaxivervoer wordt uitgekeerd als een forfaitaire vergoeding. 4.. De financiële tegemoetkoming voor het rolstoeltaxivervoer wordt uitgekeerd op basis van bevoorschotting. 5.. De declaratie voor het rolstoeltaxivervoer moet voldoen aan de volgende vereisten: de aanvrager toont door middel van een declaratie aan dat hij gebruik heeft gemaakt van een rol- of ligstoeltaxi; declaraties worden periodiek ingediend door middel van een hiertoe door het college verstrekt formulier; voor vergoeding komen alleen ritten van maximaal 4 OV-zones van het woonadres in Den Haag in aanmerking; het college kan in bijzondere gevallen afwijken van artikel 3.5.1 lid 5 onder c.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel