Naar hoofdinhoud
1.. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door de beheerder worden verwijderd. 2.. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door het college bekendgemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In dat geval maakt het college aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend. 3.. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 20 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn. 4.. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend, is verstreken; de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald. 5.. In geval van overschrijving van de rechten op een eigen graf wordt de vergunning voor het hebben van een gedenkteken op een graf vanaf de datum van overschrijving geacht te zijn verleend aan de nieuwe rechthebbende. 6.. Tijdelijke verwijdering van grafbedekking voor het aanbrengen van een inscriptie etc. mag na ondertekende toestemming van de rechthebbende van het graf, of na diens overlijden de opdrachtgever van de begrafenis.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel