• - Onder de naam "belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten" worden ter zake van binnen de gemeente gelegen roerende woon- en bedrijfsruimten twee directebelastingen geheven:
    • - een gebruikersbelasting van degene die - naar de omstandigheden beoordeeldbij het begin van het kalenderjaar een roerende bedrijfsruimte al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:gebruikersbelasting;
    • - een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een roerende woon- of bedrijfsruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.
  • - Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:
    • - gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;
    • - het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor volgtijdig gebruik aangemerkt door degene die de bedrijfsruimte ter beschikking heeft gesteld.
  • - Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik heeft gegeven of ter ` beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aanwie die ruimte of deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld.