• - Het aantal personen dat overnacht, wordt met betrekking tot:
  • - vakantieonderkomens bepaald op het aantal beschikbare slaapplaatsen;
  • - b.hotels/pensions bepaald op het aantal beschikbare slaapplaatsen;
  • - mobiele kampeeronderkomens op een vaste standplaats bepaald op 3,5 personen per onderkomen;
  • - d.mobiele kampeeronderkomens op een seizoenplaats bepaald op 2 personen per onderkomen;
  • - kamerverhuur bepaald op het aantal beschikbare slaapplaatsen;
  • - kampeerboerderijen bepaald op het aantal beschikbare slaapplaatsen.
  • - Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt ingeval verblijf wordt gehouden in:
    • - vakantieonderkomens bepaald op 134;
    • - hotels/pensions bepaald op 93;
    • - mobiele kampeeronderkomens op een vaste standplaats bepaald op 68;
    • - mobiele kampeeronderkomens op een seizoenplaats bepaald op 62;
    • - kamerverhuur bepaald op 51;
    • - kampeerboerderijen bepaald op 60.
  • - Voor de vaststelling van het in lid 1 onderdeel a, b, e en f bedoelde aantal slaapplaatsen worden meerpersoonsbedden gerekend voor zoveel slaapplaatsen als het aantal personen, waarvoor zij gelegenheid tot overnachten bieden.
  • - Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in lid 1, onderdeel c en d, wordt vastgesteld op het aanwezige aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in lid 1, onderdeel c en d, op 1 juli van het belastingjaar.
  • - Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 3, lid 2 in de loop van het belastingjaar aanvangt of eindigt is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, berekend volgens het bepaalde in dit artikel , als er in dat jaar, na de aanvang of het eindigen van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven;