Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Invulling voorwaarden passende werkplek

Onderdeel van Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet Sociale Werkvoorziening

1.. Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar recht op heeft een persoonsgebonden budget Begeleid Werken Wsw, indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de arbeidsplaats voor de Wsw-geïndiceerde adequaat wordt ingericht. 2.. De werkgever voldoet aan de volgende vereisten: De aangeboden arbeidsplaats en de omvang van het dienstverband zijn, gelet op de indicatiestelling en mogelijkheden van de Wsw-geïndiceerde, als passend aan te merken; Bij de werkgever is nog minimaal één andere niet-gesubsidieerde werknemer in loondienst die belast is met de dagelijkse begeleiding op de werkplek, dan wel is, ter beoordeling van de uitvoeringsorganisatie, anderszins de dagelijkse begeleiding op de werkplek aantoonbaar adequaat verzorgd; De duur van het dienstverband bedraagt tenminste 6 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging; De omvang van het dienstverband is ten minste 12 uur per week. 3.. Niet als werkgever zal worden aangemerkt een instelling voor zorg waar de Wsw-geïndiceerde op grond van een andere financieringsbron zorg geniet. 4.. De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten: De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn gekwalificeerd voor het begeleiden van de Wsw-geïndiceerde voor wie het Persoonsgebonden budget is bestemd; De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring in het werkveld; De begeleidingsorganisatie voldoet aan de administratieve en financiële standaardprocedures die door de uitvoeringsorganisatie aan het begeleid werken gesteld worden. 5.. In incidentele gevallen kunnen ouders en/of familieleden van een Wsw-geïndiceerde worden gelijkgesteld aan “de begeleidingsorganisatie”. Dit is van toepassing in die gevallen dat aantoonbaar is dat voor het goed functioneren van de Wsw-geïndiceerde hulp van naasten onontbeerlijk is en dat deze naasten daartoe in staat en bereid zijn. Dit ter beoordeling aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel