**1..** Binnen de productgroep preventie worden op basis van artikel 1.2, derde lid, van de verordening de volgende producten vastgesteld, waarvoor een subsidieaanvraag ingediend kan worden:
individuele preventie:
I. de teleenheid voor individuele preventieactiviteiten is het aantal unieke personen per preventieactiviteit dat op jaarbasis participeert in individuele preventieactiviteiten;
II. de prestatie-indicatoren voor individuele preventieactiviteiten zijn het aantal face-to-face contacten op jaarbasis en de gemiddelde duur van het contact naar preventieactiviteit;
collectieve preventie:
I. de teleenheid voor collectieve preventieactiviteiten met een selectief karakter is het aantal unieke personen dat op jaarbasis participeert in selectieve preventieactiviteiten van de instelling in verhouding tot de prevalentie van de doelgroep van de specifieke preventieactiviteit, voor zover prevalentiegegevens beschikbaar zijn;
II. de prestatie-indicatoren voor collectieve preventieactiviteiten met een selectief karakter zijn het aantal eenmalige contacten, het aantal seriële contacten en het aantal cursuscontacten op jaarbasis;
III. de teleenheid voor preventieve verstrekkingen is het aantal verstrekkingen op jaarbasis;
IV. de prestatie-indicator voor preventieve verstrekkingen is de openstelling van de verstrekkingslocatie in aantal uren op jaarbasis;
preventieve verstrekking:
I. de teleenheid voor preventieve verstrekkingen is het aantal verstrekkingen per jaar;
II. de prestatie-indicator voor preventieve verstrekkingen is het aantal openingsuren op jaarbasis.
**2..** Subsidie voor individuele preventieactiviteiten kan alleen verleend worden indien:
de activiteiten betrekking hebben op:
I. voorkomen van huiselijk en eergerelateerd geweld;
II. gezondheidspreventie bij dak- en thuislozen, zwerfjongeren, veelplegers met ernstige verslavings- of geestelijke gezondheidsproblematiek en zelfstandig wonende OGGZ-cliënten.
**3..** Subsidie voor collectieve preventieactiviteiten kan alleen verleend worden indien de activiteiten in de subsidieaanvraag:
betrekking hebben op universele of selectieve interventies op het gebied van psychische problemen (inclusief verslavingsproblemen) of de bestrijding van huiselijk geweld;
tot doel hebben om:
I. begrip en herkenning van (ernstige) psychische klachten of herkenning van huiselijk geweld te bevorderen;
II. burgers bewust te maken van wat zij zelf kunnen doen aan (het voorkomen van) psychische klachten en burgers toerusten met vaardigheden hiertoe, of
III. burgers duidelijk maken hoe zij hulp kunnen vragen bij instanties voor gezondheidszorg en hulpverlening;
in hun aanpak rekening houden met specifieke grootstedelijke problematiek, waaronder de aanwezigheid van bevolkingsgroepen met een niet-Nederlandse achtergrond;
onderdeel uitmaken van een preventieve keten en afgestemd zijn op het zorgaanbod in de regio;
aansluiten op het beleid zoals geformuleerd in de nota Volksgezondheid en de nota Preventie genotsmiddelengebruik van de gemeente, voor zover de subsidieaanvraag betrekking heeft op psychische of verslavingsproblematiek en;
aansluiten op het beleid zoals geformuleerd in het bestuursakkoord, het programakkoord en het Plan van aanpak huiselijk geweld, voor zover de subsidieaanvraag betrekking heeft op de bestrijding van huiselijk geweld.
Hoofdstuk
Artikel 2.1
Productgroep preventie
Onderdeel van Nadere regels subsidieverordening opvang en begeleiding van kwetsbare burgers