Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.2

Productgroep ambulante begeleiding en dienstverlening

Onderdeel van Nadere regels subsidieverordening opvang en begeleiding van kwetsbare burgers

1.. Binnen de productgroep ambulante begeleiding en dienstverlening worden op basis van artikel 1.2, derde lid, van de verordening de volgende producten vastgesteld, waarvoor een subsidieaanvraag ingediend kan worden: ambulant begeleidingstraject: I. de teleenheid voor ambulante begeleidingstrajecten is het aantal voltooide trajecten op jaarbasis; II. de prestatie-indicatoren voor ambulante begeleidingstrajecten zijn het aantal unieke cliënten op jaarbasis, het aantal face-to-face contacten op jaarbasis en het aantal indirect cliëntgebonden contacten op jaarbasis; eenmalig dienstverleningscontact of begeleidingscontact: I. de teleenheid voor eenmalige dienstverleningscontacten of begeleidingscontacten is het aantal unieke personen met wie contact is gerealiseerd op jaarbasis; II. de prestatie-indicatoren voor dienstverleningsactiviteiten zijn het aantal face-to-face contacten en de gemiddelde duur van het contact; consultatie: I. de teleenheid voor consultatie is het aantal consulten op jaarbasis; II. de prestatie-indicatoren voor consultatie zijn de gemiddelde duur van het consult en het aantal consultontvangers op jaarbasis; vrijwilligersbemiddeling: I. de teleenheid voor vrijwilligersbemiddeling is het aantal geslaagde bemiddelingen op jaarbasis; II. de prestatie-indicatoren voor bemiddelingsactiviteiten zijn het aantal unieke cliënten voor wie bemiddeld wordt op jaarbasis en het aantal aangesloten vrijwilligers; externe deskundigheidsbevordering: I. de teleenheid voor externe deskundigheidsbevordering is het aantal bereikte professionals en intermediairs op jaarbasis; II. de prestatie-indicatoren voor externe deskundigheidsbevordering zijn het aantal bijeenkomsten op jaarbasis, het gemiddelde aantal deelnemers per bijeenkomst en de gemiddelde duur van de bijeenkomst. 2.. Subsidie kan alleen verleend worden indien de activiteiten betrekking hebben op dak- en thuislozen, zwerfjongeren, veelplegers met ernstige verslavings- of psychiatrische problematiek, zelfstandig wonende OGGZ-cliënten met verslavingsproblematiek of mensen die ten gevolge van een delict psycho-sociale ondersteuning nodig hebben; 3.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan subsidie voor vrijwilligersbemiddeling tevens worden verleend indien de activiteiten betrekking hebben op zelfstandig wonende OGGZ-cliënten zonder verslavingsproblematiek en mensen met een psychiatrische aandoening die gebruikmaken of hebben gemaakt van de geestelijke gezondheidszorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel