Het college neemt bij de beoordeling van de aanspraak het gespreksverslag en het ondersteuningsplan en, indien aanwezig, het persoonlijk plan als uitgangspunt.
Heeft de cliënt geobjectiveerde beperkingen in zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in dit hoofdstuk?
Wat zijn de resultaten die de cliënt wil bereiken om zijn zelfredzaamheid en participatie te versterken, verbeteren of te behouden?
Welke mogelijkheden heeft de cliënt zelf (al dan niet met hulp met anderen, algemene en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen) om zijn zelfredzaamheid en participatie te versterken, te verbeteren of te behouden?
Als bovenstaande mogelijkheden niet leiden tot een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en participatie, dan komt de beoordeling van een maatwerkvoorziening aan de orde.
Welke weigeringsgronden of beperkende voorwaarden zijn van toepassing volgens de Verordening?
Welke mogelijkheden kan het college bieden om de gewenste resultaten (passende bijdrage) te bereiken via een kortdurende maatwerkvoorziening, een collectieve- of individuele maatwerkvoorziening?
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 2
Artikel 8.3