**1..** Een TTO:
is een rechtspersoon;
heeft een postadres;
heeft minimaal 100
aangesloten chauffeurs werkzaam op de opstapmarkt in
Amsterdam en kan dit aantonen door het overleggen van
afschriften van overeenkomsten die met de aangesloten
chauffeurs zijn aangegaan. De aangesloten chauffeurs
zijn niet eveneens aangesloten bij een andere TTO die
voorziet in het aanbieden van taxivervoer binnen de
gemeente Amsterdam;
heeft overeenkomsten met
de vervoerders waar aangesloten chauffeurs als genoemd
in onderdeel c deel van uitmaken en kan dit aantonen
door het overleggen van afschriften van deze
overeenkomsten. De aangesloten vervoerders zijn niet
eveneens aangesloten bij een andere TTO die voorziet in
het aanbieden van taxivervoer binnen de gemeente
Amsterdam;
kan aantonen dat de
aangeslotenen minimaal 50 rijklare auto's waarmee
taxivervoer wordt verricht duurzaam ter beschikking
hebben;
is ingeschreven bij de
Kamer van Koophandel;
legt een Verklaring
Omtrent het Gedrag voor Rechtspersonen over, afgegeven
volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens,
die niet ouder is dan vier maanden;
heeft geen bestuursleden
in het bestuur van de TTO welke in een periode van vijf
jaar voorafgaand aan de vergunningaanvraag lid van het
bestuur van een TTO waren, waaraan een TTO-vergunning
werd geweigerd of ingetrokken dan wel waarvan een
intrekkingsprocedure is gestart, met uitzondering van de
situatie dat door vergunninghouder om intrekking was
verzocht;
heeft een naam, dan wel
een afkorting die naar het oordeel van het college
voldoende onderscheidend is van de naam, dan wel de
afkorting van bestaande TTO's.
**2..** Een TTO heeft een reglement waarin
in ieder geval ter bevordering van de kwaliteit van taxivervoer
zijn opgenomen:
de visie van de TTO ten
aanzien van de kwaliteit van taxivervoer en de
belangrijkste doelstellingen die de TTO nastreeft;
een normen- en
waardenprotocol, een klachtenprotocol, een
internecontroleprotocol en een maatregelenprotocol
waaraan het college met inachtneming van het bepaalde in
de het 3e, 4e, 5e en 6e lid minimale eisen kan
stellen;
een beschrijving van de
wijze waarop de TTO gaat voldoen aan de eisen gesteld
bij of krachtens artikel 2.7.
**3..** Het normen- en waardenprotocol heeft
tot doel het gewenste gedrag en de verplichtingen van de
aangeslotenen te regelen. In verband hiermee worden in ieder
geval bepalingen opgenomen die waarborgen dat de aangesloten
chauffeur:
door gedrag en handelen
laat zien dat deze professioneel is en dat deze oog
heeft voor de herkenbaarheid ten behoeve van de
klant;
zich op of in de omgeving
van de standplaats houdt aan de met betrekking tot de
standplaats en de omgeving van de standplaats opgestelde
regels;
ritten accepteert en de
keuzevrijheid van de consument in acht neemt;
de veiligheid van de
consument en overige personen in acht neemt;
de juiste ritprijs in
rekening brengt.
**4..** Het klachtenprotocol beschrijft in
hoofdlijnen wat het belang is van klachten voor de TTO en hoe de
TTO met klachten omgaat. In verband hiermee worden in ieder
geval bepalingen opgenomen die waarborgen dat:
de klacht wordt
geregistreerd en afgehandeld door de TTO of een
organisatie die namens de TTO de binnengekomen klachten
afhandelt;
de TTO en aangeslotenen
meewerken aan de afhandeling van klachten die via het
Landelijk Klachtenmeldpunt Taxi of bij het college zijn
binnengekomen;
bepaalde termijnen in
acht worden genomen;
de wijze waarop binnen de
auto waarmee taxivervoer wordt verricht de inhoud van
het klachtenprotocol kenbaar wordt gemaakt;
de uitzonderingen op het
in behandeling nemen van een klacht worden genoemd.
**5..** Het internecontroleprotocol regelt
de wijze waarop de TTO de aangeslotenen controleert op naleving
van de in het reglement gestelde regels. In verband hiermee
wordt in ieder geval opgenomen:
de wijze waarop de TTO
inzichtelijk maakt op welke wijze informatie verzameld
wordt om naleving van de in het reglement vastgelegde
verplichtingen zoals deze zijn opgenomen in het normen-
en waardenprotocol, het klachtenprotocol en het
maatregelenprotocol, en de verordening te
controleren;
een onderverdeling van de
interne controles naar de in het maatregelenprotocol
opgenomen prioriteiten en de overige verplichtingen uit
het reglement;
de frequentie waarmee de
interne controles plaatsvinden;
op welke wijze de in de
risicoanalyse geconstateerde risico's kunnen worden
verkleind middels het uitvoeren van interne
controles;
een onderbouwing van de
keuze als genoemd onder b, c en d;
onverminderd het bepaalde
in lid b benoemt de TTO in ieder geval de wijze waarop
controles plaatsvinden in de gebieden C, D, E, F en G
als zodanig aangewezen in bijlage I bij deze
verordening;
de wijze waarop de
bevindingen van de interne controle worden vastgelegd en
gedeeld met de aangeslotenen, de auditorganisatie en met
het college.
**6..** Het maatregelenprotocol beschrijft
gewenste gedragingen van aangeslotenen met de door de TTO op te
leggen maatregelen in het geval deze norm wordt geschonden. Het
maatregelenprotocol bevat in ieder geval:
een overzicht van alle
normen en waarden als genoemd in het normen- en
waardenprotocol en de door de TTO aan aangeslotenen op
te leggen maatregelen in het geval een van die normen of
waarden wordt geschonden, waarbij de maatregelen in
ieder geval voortkomen uit de risicoanalyse als bedoeld
in het zevende lid, en waarbij deze maatregelen de
daarin geconstateerde risico's verkleinen;
een redelijke termijn
waarbinnen door de TTO beslist wordt over de naar
aanleiding van de geconstateerde overtreding toe te
passen maatregel en de periode waarbinnen deze maatregel
wordt opgelegd;
een beschrijving van de
manier waarop een beslissing wordt genomen over de op te
leggen maatregel, waarbij in ieder geval rekening wordt
gehouden met het aantal overtredingen dat een chauffeur
eerder heeft gepleegd;
de handelswijze van de
TTO ten aanzien van de controle op de uitvoering van de
opgelegde maatregel.
7. De TTO legt ten behoeve van het
internecontroleprotocol en het maatregelenprotocol
een risicoanalyse over. De risicoanalyse
beschrijft in ieder geval:
•a. de specifieke risicofactoren die voor de TTO en
aangeslotenen gelden met betrekking tot het mogelijk
overtreden van de gestelde gedragingen en
verplichtingen;
b. van alle gedragingen en verplichtingen
opgenomen in het normen- en waardenprotocol of er
al dan niet sprake is van een verhoogd risico dat
aangeslotenen de opgenomen waarden en normen
zullen overtreden met de daarbij behorende
onderbouwing;
•c. de specifieke risicotijden waarop het aannemelijk is
dat er meer overtredingen door aangeslotenen
plaatsvinden;
•d. de specifieke risicolocaties waarop het aannemelijk
is dat er meer overtredingen door aangeslotenen plaats
vinden;
e. op welke wijze, buiten de genoemde
risicobeperkingen onder het maatregelenprotocol en
het internecontroleprotocol, de risico's nog meer
verkleind worden.
8. Het college kan nadere eisen stellen aan het
in het tweede lid genoemde reglement en de in het
zevende lid genoemde risicoanalyse;
9. Het college kan in afwijking van lid 1 onder
c een andere eis vaststellen met betrekking tot
het aantal aangesloten chauffeurs dat werkzaam
moet zijn op de opstapmarkt, indien de TTO voor
het aanbieden van taxivervoer slechts gebruik
maakt van voertuigen zonder directe uitstoot van
schadelijke stoffen;
10. Het college kan in afwijking van lid 1 onder
e een andere eis vaststellen met betrekking tot
het minimumaantal rijklare auto's waarmee
taxivervoer wordt verricht, indien de TTO voor het
aanbieden van taxivervoer slechts gebruik maakt
van voertuigen zonder directe uitstoot van
schadelijke stoffen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.5
Toelatingseisen TTO
Onderdeel van Taxiverordening Amsterdam 2012