Het college kan bepalen dat het aanbieden van taxivervoer door
aangeslotenen in de gebieden A, B, C, D, E, F en G als zodanig
aangewezen in bijlage I bij deze verordening, uitsluitend is
toegestaan voor zover de TTO waarbij zij zijn aangesloten een
overeenkomst met het college heeft gesloten. In deze overeenkomst
wordt in ieder geval opgenomen:
a. de wijze waarop de TTO in de gebieden C en D een bijdrage
levert door toe te zien op de aangeslotenen;
b. een inspanningsverplichting van de TTO om ervoor te
zorgen dat het maximale aantal toegestane taxi's op de
standplaats in de gebieden C en D niet wordt overschreden;
c. een inspanningsverplichting van de TTO om ervoor te
zorgen dat haar chauffeurs die het beste de kwaliteit van
taxivervoer waarborgen, taxivervoer aanbieden in de gebieden
C en D.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.8
Overige verplichtingen
Onderdeel van Taxiverordening Amsterdam 2012