Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
vijf procent van de uitkering bij gedragingen van de eerste categorie;
tien procent van de uitkering bij gedragingen van de tweede categorie;
twintig procent van de uitkering bij gedragingen van de derde categorie;
veertig procent van de uitkering bij gedragingen van de vierde categorie;
honderd procent van de uitkering bij gedragingen van de vijfde categorie.