Het college kan naar vermogen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: a. naar hun aard niet zijn gericht op toeleiding naar de arbeidsmarkt;
niet in de weg staan aan acceptatie van arbeid of re-integratie;
niet zijn bedoeld als re-integratie instrument;
worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 1
Artikel 31.
Inhoud van de tegenprestatie
Onderdeel van Verordening sociaal domein Kaag en Braassem 2017