Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 1

Artikel 32.

Verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie

Onderdeel van Verordening sociaal domein Kaag en Braassem 2017

1.. Het college kan in ieder geval een tegenprestatie naar vermogen opleggen aan: belanghebbenden met een bijstandsuitkering die na ondersteuning richting werk geen reguliere betaalde baan hebben gevonden; belanghebbenden om in het kader van het integrale plan isolement op te heffen/te voorkomen en het welbevinden te bevorderen. 2.. Bij het opleggen van de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie houdt het college in ieder geval rekening met de volgende factoren: de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende; de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen; als een belanghebbende al betaalde arbeid, vrijwilligerswerk of mantelzorg (zoals bedoeld in de Wmo)verricht, moet daarmee rekening worden gehouden.

Rechtspraak bij dit artikel