1.Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijke in te dienen aanvraag, voor de tijd van

vijfentwintig jaar het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het

eigen graf is uitgegeven.

2.Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende

verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de

lopende termijn wordt ingediend. Burgemeester en wethouders zullen de rechthebbende één jaar

voor de afloop van de termijnen genoemd in lid 1 en 2 op de verlenging attenderen.

  • - Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 16, eerste lid. Verlenging van recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
  • - Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte zulks toelaat

op een daartoe schriftelijk in te dienen aanvraag voor de tijd van 5 jaar het recht op een eigen

urnennis of 25 jaar voor een eigen urnengraf. De termijn begint te lopen op het tijdstip van

uitgifte.