Het college is bevoegd om een aanvraag om een maatwerkvoorziening te weigeren indien de cliënt toegang kan krijgen tot de Wet langdurige zorg (Wlz) maar daaraan geen medewerking wenst te verlenen. Er gelden in (in ieder geval) in 2017 twee uitzonderingen op grond waarvan het college een maatwerkvoorziening niet mag weigeren. Dit geldt ook voor cliënten die beschikken over een Wlz-indicatie. Dit houdt verband met artikel 8.6.a van de wet. Het gaat om cliënten die:
thuis wonen en een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of een woningaanpassing hebben aangevraagd of daar op zijn aangewezen; of
zonder behandeling in een instelling verblijven en een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel ter verbetering van hun mobiliteit hebben aangevraagd, zoals een rolstoel.
Opgemerkt wordt dat de hier bedoelde weigeringsgrond niet geldt in het geval de aanvraag betrekking heeft op begeleiding, dagactiviteit of respijtverblijf in een instelling. Het college zal moeten motiveren waarom het gebruik maakt van de bevoegdheid tot weigeren van de aanvraag omdat het om een kan-bepaling gaat. Het college kan wel gehouden zijn om tijdelijk, tot het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) op de aanvraag heeft besloten, een maatwerkvoorziening in te zetten.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.3
Weigeren aanvraag maatwerkvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Amersfoort 2017