Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 2

Artikel 21

Participatieplaats

Onderdeel van Re-integratieverordening Veldhoven 2010

1.. Het college kan een uitkeringsgerechtigde werkervaring aanbieden met behoud van uitkering in de vorm van additionele arbeid, een en ander primair gericht op doorstroom naar duurzame arbeid. 2.. De participatieplaats heeft als doel de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. 3.. Deze voorziening kan worden ingezet wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt. 4.. De participatieplaats duurt maximaal twee jaar. 5.. Bij bijzondere omstandigheden kan de participatieplaats ten hoogste twee maal met één jaar worden verlengd, met dien verstande dat een verlenging alleen is toegestaan in een voor de uitkeringsgerechtigde andere werkomgeving en met andere additionele werkzaamheden. 6.. Voor zover de uitkeringsgerechtigde niet beschikt over een startkwalificatie, beoordeelt het college binnen zes maanden na aanvang van de additionele werkzaamheden in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Het college betrekt bij deze beoordeling in ieder geval: het oordeel van degene in wiens opdracht de uitkeringsgerechtigde additionele arbeid verricht; de scholingswens van de uitkeringsgerechtigde. 7.. In een schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en de belanghebbende worden tenminste vastgelegd het doel van de participatieplaats, alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 8.. Gedurende de participatieplaats kan door het college van het betreffende bedrijf of instelling een vergoeding worden gevraagd. 9.. De hoogte van de vergoeding bedoeld in het vorige lid wordt afgestemd op de door het college vastgestelde productiviteit van de belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel