Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening heffing en invordering van parkeerbelasting 2017

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 3.. De belasting bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b, moet worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 4.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel