**1..** Onder co-ouders wordt verstaan de ouders, die al dan niet gescheiden, niet bij elkaar wonen en met elkaar hebben afgesproken om hun kind(eren) gezamenlijk te (blijven) verzorgen en op te voeden.
**2..** Er is sprake van co-ouderschap als beide ouders in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind of de kinderen hebben. Het kind of de kinderen verblijven regelmatig en met een vast patroon bij elk van de ouders. Er moet sprake zijn van een verblijf van minstens gemiddeld drie dagen per week.
**3..** Bij co-ouderschap is de feitelijke situatie van het verblijf en de feitelijke verzorging doorslaggevend. Niet van belang is welke ouder de kinderbijslag ontvangt.
**4..** Van co-ouderschap kan slechts sprake zijn als beide ouders het co-ouderschap wensen en zij hun wens aan het college kenbaar maken.
**5..** Er is geen sprake van co-ouderschap als het kind of de kinderen incidenteel en voor een korte periode bij de andere ouder verblijven (bijvoorbeeld voor vakantie). Ook als de verdeling van het ouderschap zodanig is, dat deze niet afwijkt van een gebruikelijke omgangsregeling, is er geen sprake van co-ouderschap.
**6..** Als het kind of de kinderen minder dan het aantal dagen, genoemd in het tweede lid, bij één van de ouders verblijven, wordt dit een als verblijf in het kader van een omgangsregeling beschouwd. De bepalingen met betrekking tot co-ouderschap zijn dan niet van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.4
Criteria voor co-ouderschap als leefvorm
Onderdeel van Beleidsregels sociale zaken Oostzaan 2017