Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.5

Co-ouderschap en vermogen

Onderdeel van Beleidsregels sociale zaken Oostzaan 2017

In artikel 34, derde lid, van de wet is vastgelegd tot welke vermogensgrens het vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, van wet wordt vrijgelaten bij alleenstaanden, alleenstaande ouders en gezinnen. Het co-ouderschap is een niet bij wet geregelde leefvorm. Voor het vaststellen van de vermogensgrens bij co-ouders geldt de vermogensgrens voor een alleenstaande ouders, zoals bedoeld in artikel 34, derde lid, onderdeel b, van de wet

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel