Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.1

Aanvullende bijstand op de jongerennormen

Onderdeel van Beleidsregels sociale zaken Oostzaan 2017

1.. De bijstandsnorm, zoals bedoeld in artikel 20 van de wet, wordt verhoogd met bijzondere bijstand voor levensonderhoud, als op grond van omstandigheden van belanghebbende hogere bijstand noodzakelijk is als gevolg van zelfstandige huisvesting en sprake is van een situatie zoals in het tweede lid is aangegeven. 2.. Er kan sprake zijn van een noodzaak tot zelfstandige huisvesting, zoals bedoeld in het vorige lid, als een van de volgende situaties zich bij de jongere voordoet: beide ouders zijn overleden; beide ouders wonen in het buitenland en zij zijn niet in staat hun onderhoudsplicht na te komen; de jongere is op grond van een officiële maatregel uit huis geplaatst; de jongere woont, voordat bijstand wordt aangevraagd, al langer dan een jaar zelfstandig; de jongere is niet officieel uit huis geplaatst, maar het is naar het oordeel van de consulent, alsmede een hulpverlenende instantie niet verantwoord om hem/haar bij de ouders te laten wonen; de jongere heeft (alleen of samen met eventuele partner) de zorg voor een of meer kinderen: de feitelijke woonsituatie is dan bepalend. 3.. De bijstandsnorm voor een jongere van 18, 19 of 20 jaar wordt aangevuld met bijzondere bijstand voor levensonderhoud tot de norm genoemd in artikel 21 van de wet en naar de op hem van toepassing zijnde categorie, maar niet hoger dan de norm als bedoeld in artikel 22a van de wet.

Rechtspraak bij dit artikel