1. 1. De vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 vangen aan op de dag van beëdiging als raadslid en eindigen op de dag waarop het in artikel 1, letter d, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedoeld tijdstip van beëindiging van het raadslidmaatschap valt.
  2. 2. De vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 worden maandelijks uitbetaald.
  3. 3. De vergoedingen volgen de jaarlijkse wijziging per 1 januari als bedoeld in artikel 2, leden 2 en 5 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.