Naar hoofdinhoud

Artikel 1D

(Huis)dieren

Onderdeel van Evenementenbeleid Waalre 2017

Zijn er dieren op het evenement? Dan kunnen er extra risico’s zijn. Dieren kunnen namelijk allerlei ziekteverwekkers met zich meedragen zonder zelf ziek te zijn. Door het aaien en knuffelen van dieren worden deze ziekteverwekkers gemakkelijk overgebracht, bijvoorbeeld via stukjes voedsel of mest die in de vacht blijven plakken. Gezonde dieren Om medewerkers en bezoekers zo goed mogelijk te beschermen, is het belangrijk dat op het evenement aanwezige dieren gezond zijn. Bespreek de conditie van de dieren goed met de eigenaar. Hebben de dieren een vaste dierenarts die de dieren minimaal twee keer per jaar onderzoekt? Zijn de dieren ingeënt met de benodigde vaccinaties? Let vooral bij geiten en schapen op of ze tegen de Q-koorts zijn gevaccineerd. Neem contact op met de dierenarts Bespreek de gezondheid van de dieren en actuele infectierisico’s. Als dieren drachtig zijn en overleg bovendien of bezoekers bij geboortes aanwezig mogen zijn. Worden er toch dieren ziek op het evenement, dan moet het risico op besmetting naar andere dieren en mensen zo klein mogelijk worden gemaakt. Om dit te doen, gelden de volgende maatregelen: Houd een logboek bij waarin het volgende staat: De aantallen en soorten dieren met (indien van toepassing) identificatiekenmerken en informatie over de gekregen vaccinaties. Aan- en afvoer van de dieren en bijbehorende data. Bijzonderheden m.b.t. eventuele ziekten van de dieren. Controle door de dierenarts, bevindingen en eventueel ingestelde therapie. Voorkom dat bezoekers in contact kunnen komen met dode of zieke dieren. Hanteer een juist hygiënebeleid m.b.t. uitbraak van ziektes: Zet verdachte dieren in quarantaine. Schakel een dierenarts in bij verdenking bij een uitbraak van ziektes. Reinig en ontsmet/steriliseer besmette materialen. Maak de uitbraak duidelijk kenbaar en informeer de bezoekers. Stel uw medewerkers op de hoogte van de maatregelen. Specifieke regels voor vogels Laat alleen gezonde, schone vogels toe op het evenement. Zonder een zieke vogel meteen af van het publiek. Vogels die mogelijk met C. psittaci (papegaaienziekte) zijn geïnfecteerd, kunnen ziekteverschijnselen vertonen zoals lusteloosheid, gewichtsverlies, verminderde eetlust, diarree en ademhalingsproblemen. Spreek met de eigenaren van de vogels af dat zij het u melden als een vogel kort na het evenement ziek wordt. Wordt er tijdens of kort na uw evenement een ongebruikelijk aantal vogels ziek en passen de verschijnselen bij de papegaaienziekte psittacose? Meld dit aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en adviseer de eigenaren contact op te nemen met de dierenarts. Bouw- en inrichting van dierverblijven Dierverblijven zijn aan specifieke bouw- en inrichtingseisen verbonden. Houd ook rekening met de wettelijke eisen voor huisdieren op een kampeerterrein. Het is niet toegestaan om huisdieren toe te laten in ter beschikking gestelde gebouwen. Let op de volgende algemene eisen: Zorg dat de ondergrond in binnenverblijven geen vocht kan opnemen en gemakkelijk schoon te maken is. Gebruik absorberend materiaal of stro. Richt dierenverblijven zó in dat ze goed schoon te houden zijn, zorg voor voldoende ventilatie en vermijd de verspreiding van stof. Gebruik kranten in plaats van vogelzand; bij het verversen van zand dwarrelen bacteriën sneller op dan bij het vervangen van kranten. Plaats een wastafel met stromend water, een zeepdispenser, wegwerphanddoekjes en afvalbak in de directe omgeving van de dierverblijven, waar bezoekers, eigenaren en werknemers hun handen kunnen wassen na contact met dieren. Plaats drinkbakken buiten bereik van bezoekers. Laat bezoekers niet in de buurt van mest of dierlijk afval komen. Zorg voor speciale uitlaatplekken voor dieren zonder vast verblijf (zoals honden en katten). Plaats schoenen- of laarzenborstels bij de in- en uitgang van dierverblijven. Zorg dat ruimtes waar gegeten en eventueel geslapen wordt niet te dicht bij dierverblijven zijn. Schoonmaak van dierverblijven Op evenementen waar ook dieren zijn, kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk via mest en voerbakken verspreiden. Zorg voor voldoende verzorgers die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse (!) schoonmaak en hygiëne van dierverblijven. Stel een schoonmaakbeleid voor stallen en hokken op. Hierin staan in ieder geval de volgende punten: Handen worden regelmatig gewassen. Draag beschermende werkkleding met laarzen en handschoenen. Treedt er stofvorming op bij het schoonmaken? Draag dan ook een FFP-2 mondneusmasker. Maak vogelverblijven dagelijks met vochtige materialen schoon, om stofvorming te voorkomen. Gebruik alleen desinfecterende middelen die zijn goedgekeurd door het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, www.ctbg.nl) en specifiek gericht zijn op het desinfecteren van dierverblijven. Vernevel of verstuif geen desinfecterende middelen in ruimten waar dieren of mensen verblijven. Verwijder strooisel, mest en voerresten minimaal dagelijks. Maak de dierverblijven ook grondig schoon na afloop van het evenement en desinfecteer ze vervolgens. Maak de voorwerpen waar dieren mee in aanraking komen goed schoon. Zorg dat er geen mest ligt op de paden en plaatsen waar bezoekers rondlopen. Zorg dat er na het schoonmaken geen grote plassen water achterblijven. Laat bezoekers geen dierverblijven uitmesten. Bestrijd plaagdieren direct en neem bij overlast contact op met een professionele plaagdierbestrijder. Zorg dat dieren zelf schoon zijn; als de vacht, veren of haren van dieren bevuild zijn met mest kunnen bezoekers hier ziek van worden.

Rechtspraak bij dit artikel