Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aspecten van evenementen

Onderdeel van Evenementenbeleid Waalre 2017

1. Bewaking/beveiliging/toezicht tijdens evenement De organisator van het evenement is primair verantwoordelijk voor de orde en de veiligheid van de bezoekers op het evenemententerrein. Hij moet daarom zorgen voor voldoende toezicht. Met toezicht wordt bedoeld: het in de gaten houden van de aanwezigen en de activiteiten. Het bevoegd gezag kan als voorwaarde aan de evenementenvergunning verbinden dat de organisator een (door de minister van justitie en veiligheid erkend) professioneel beveiligingsbedrijf dient in te huren. De norm is dat er 1 toezichthouder op 250 gelijktijdig aanwezige personen moet zijn, maar het bevoegd gezag kan, gelet op de aard van het evenement en het te verwachten publiek, hiervan afwijken. De hier bedoelde toezichthouders dienen in het bezit te zijn van een officieel erkend certificaat en dienen tevens duidelijk herkenbaar te zijn. Tijdens het evenement moet de contactpersoon op het (festival)terrein aanwezig zijn. Hij is het aanspreekpunt voor aanwijzingen van de daartoe bevoegde ambtenaren van de gemeente en de hulpdiensten. De aanwijzingen moeten ten alle tijde worden opgevolgd. 2. Kunststof drinkgerei en flessen In het belang van de openbare orde en openbare veiligheid kan het gebruik van kunststof drinkgerei en flessen verplicht worden gesteld bij evenementen (zowel bij inpandige evenementen als uitpandige evenementen). Nabijgelegen horecabedrijven Indien een evenement in de (directe) nabijheid van een horecabedrijf (natte en droge horeca) plaatsvindt kan aan het horecabedrijf de verplichting tot het gebruik van kunststof drinkgerei en flessen opgelegd worden. Dan dient het betreffende horecabedrijf ook gebruik te maken van kunststof drinkgerei en flessen. Het begrip “(directe) nabijheid” wordt als volgt gedefinieerd: het horecabedrijf (al dan niet met terras) grenst direct aan de locatie waar het evenement plaatsvindt en is zichtbaar vanaf de locatie en heeft daardoor een uitstraling richting het evenemententerrein. 3. Toegangscontrole Voor de veiligheid op het evenemententerrein kan het van belang zijn dat de organisator het aantal bezoekers reguleert met het uitdelen of verkopen van toegangskaarten. In het geval van verkoop van kaarten is er sprake van een overeenkomst tussen de organisator en de koper. Die overeenkomst schept verplichtingen voor de organisator, bijvoorbeeld inzake de voorzieningen en de veiligheid die de koper mag verwachten. Aan de andere kant kan de organisator met de verkoop van toegangskaarten eisen stellen aan de bezoeker (bijv. een minimale leeftijd), de bezoeker informeren over regels en tolerantiegrenzen of delen van de aansprakelijkheid expliciet uitsluiten. Het werken met toegangskaarten vereist dat de toegangscontrole goed is georganiseerd. In de voorschriften bij een vergunning of melding kan dan worden opgenomen hoeveel bezoekers er maximaal zijn toegestaan. De organisator moet ervan uitgaan dat sommige mensen zonder toegangskaart proberen binnen te komen, en dat er handel in zwarte kaarten plaatsvindt. Niet alleen is ‘zwarte handel’ strafbaar, ook ontstaat het risico dat er te veel mensen op het evenement zijn waardoor de veiligheid in het geding komt. 4. Draaiboek In een draaiboek worden gepaste maatregelen vermeld die de risico’s voorkomen of beperken. Een draaiboek is in ieder geval verplicht bij C-evenementen. Bij B-evenementen kan het noodzakelijk zijn een draaiboek op te stellen, maar dit wordt per evenement beoordeeld. Dit is onder andere afhankelijk van de aard van het evenement. Het is zaak om in een vroeg stadium af te spreken welke inhoudselementen een draaiboek moet bevatten en hoe deze uitgewerkt moeten zijn. Dit draaiboek moet onder verantwoordelijkheid van de organisator vervaardigd worden en voor externe partijen toegankelijk zijn. Vanzelfsprekend is het daarbij van belang om een eenduidige terminologie te hanteren. De inhoud van een draaiboek ziet er als volgt uit: algemene beschrijving van het evenement; risicoanalyse; veiligheidsplan (= reguliere bedrijfsvoering); calamiteitenplan (= beschrijving van noodscenario’s). Algemene beschrijving en risicoanalyse De organisator is in elk geval verantwoordelijk voor basisinformatie over: het evenement, de locatie en de bezoekers; organisatie en de medewerkers; openbare orde (inclusief risicoanalyse) en beveiliging; communicatie en instructies; brandveiligheid; medische zorg en hygiëne; milieuzorg, geluid en leefbaarheid; vervoer, verkeer en parkeren; bijbehorende bijlagen (een op schaal weergegeven plattegrond van het evenemententerrein op kadastrale ondergrond, hulpdiensten, verkeer en parkeren), telefoonlijst en programma. Veiligheidsplan (= reguliere bedrijfsvoering): In een veiligheidsplan, dat is gebaseerd op de risicoanalyse van o.a. de gemeente, politie, brandweer en/of organisator, staat hoe de diverse voorzienbare incidenten worden bestreden. Bij het opstellen van het plan kunnen de hulpdiensten adviseren. In het plan is in elk geval aandacht voor: identificatie van de risico’s (bijvoorbeeld vechtpartijen, paniek in de menigte, overbevolking van de evenementlocatie, aan- en afvoerproblemen, overmatig alcohol- of drugsgebruik, massale ordeverstoring, onwel worden in de massa, vuurwerk) en de invloed van deze incidenten op de publieksstromen; maatregelen en acties die deze risico’s beperken of uitsluiten, zoals juiste programmering, voorlichting, mobiliteitsplan, alcohol- of drugsregime, voorzieningen voor geneeskundige hulpverlening; publieksmanagement, publiekscontrole en beëindiging van het evenement; uitwijkalternatieven vanwege weersomstandigheden; evacuatie- en ontruimingsplan; afspraken tussen organisator en hulpdiensten over o.a. calamiteitenroutes die zowel op het terrein zelf als de daarbuiten relevante gebieden moeten worden aangebracht. De routes moeten bekend zijn bij de medewerkers op het terrein en de daarbuiten aanwezige medewerkers. Het veiligheidsplan voorziet in de maatregelen die de organisator neemt bij het voorkomen en afhandelen van kleine incidenten. Bij grotere incidenten, waarbij de inzet van de hulpdiensten noodzakelijk is, treden de daarvoor bestemde plannen en procedures in werking en krijgt een van de hulpdiensten de leiding over het afhandelen van het incident. In het uiterste geval kan het de regionale GRIP-structuur worden gevolgd. Calamiteitenplan (= beschrijving van noodscenario’s) Dit is meer dan een veiligheidsplan. Het calamiteitenplan is gebaseerd op de risicoanalyse en geeft aan op welke wijze verschillende typen voorzienbare incidenten worden bestreden. Bijzonder is dat altijd nagedacht moet worden over de invloed van (de reactie op) incidenten op de publieksstromen. Daarbij wordt tevens de structuur van leiding en coördinatie beschreven. Aanbevolen wordt om in het calamiteitenplan per incidentscenario de omslagpunten (in omvang of bij escalatie) te identificeren, alsmede de procedure of regeling, waarbij de leiding en coördinatie overgaan van de organisator naar een openbare hulpverleningsdienst of van de ene naar de andere hulpverleningsorganisatie. Ook de bestuurlijke coördinatie kan in het calamiteitenplan geregeld worden. Verder wordt aanbevolen om het calamiteitenplan af te stemmen op het gemeentelijke rampenplan. Ten slotte is het belangrijk dat de geplande maatregelen bij incidenten voldoende geoefend zijn. 5. Mobiliteitsplan Bij categorie C- evenementen is een mobiliteitsplan verplicht. Bij categorie B-evenementen kan de gemeente verlangen dat de organisator een mobiliteitsplan opstelt. Dit wordt aan de hand van de aard van het betreffende evenement bepaald. Uitgangspunt van het plan is dat de overlast voor bewoners en bedrijven en overige verkeersgebruikers zo veel mogelijk beperkt blijft. In een mobiliteitsplan wordt aandacht besteed aan de: diverse vervoersstromen (openbaar vervoer, taxi’s, particulier vervoer, georganiseerd vervoer (pendelbussen, ontheffingen), fietsers en voetgangers); routes (incl. calamiteitenroutes, omleidingen, afsluitingen); parkeerfaciliteiten (ook fietsenrekken); bebording. Het mobiliteitsplan wordt opgesteld door de organisator van een evenement, eventueel in overleg met gemeente, politie, brandweer en/of Rijkswaterstaat. Het plan dient de volgende onderwerpen te bevatten: Wegafsluitingen Welke weg(en) moet(en) worden afgesloten voor het verkeer en gedurende welke tijden (ook voorafgaand aan het evenement, ten behoeve van de Voor wie geldt de ontheffing (taxi, gehandicapten…) en hoe ziet die eruit? Hoe is de bereikbaarheid van de hulpdiensten (brandweer, politie en ambulance) geregeld? Rijdt er openbaar vervoer over de afgesloten wegen en kan dat blijven rijden? Zo nee, gedurende welke tijden? Vervoerswijze Uit welke delen van het land komen de bezoekers/deelnemers van het evenement en met welk vervoermiddel? Wordt het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd en op welke wijze? Parkeren Op welke weg(en) mogen gedurende welke tijden geen geparkeerde auto’s staan? Zijn er gereserveerde parkeerplaatsen nodig voor specifieke voertuigen (materialenauto, tv-auto etc.)? Waar worden auto’s en bussen van bezoekers/deelnemers geparkeerd? Afzetmateriaal Wordt er afzetmateriaal gebruikt om plaatsen vrij van publiek/verkeer te houden? Zo ja, welk materiaal en waar (aangeven op tekening)? Vrijwilligers Zijn er vrijwilligers (en zo ja, hoeveel?) die de politie kunnen assisteren bij het afsluiten van wegen voor verkeer? Verkeersvoorlichting Hoe worden bewoners/bedrijven en bezoekers voorgelicht over de afsluitingen en andere verkeersmaatregelen? 6. Weersomstandigheden De organisator moet de communicatie naar de bezoekers afstemmen op de weersomstandigheden (bijvoorbeeld een “kledingadvies”). De nadruk in de communicatie ligt wel op de eigen verantwoordelijkheid van de bezoekers. De organisatie dient ook uitwijkalternatieven vanwege weersomstandigheden op te nemen in het draaiboek voor het evenement. Dit is in ieder geval van toepassing op klasse C-evenementen. Bij klasse B-evenementen kan dit van toepassing zijn, indien de uitkomst van de risicoanalyse op de melding dit vergt. In het calamiteitenplan dienen een aantal scenario’s te worden opgenomen met betrekking tot extreme weersomstandigheden. 7. Alcoholhoudende dranken; ontheffing Drank- en Horecawet Ten aanzien van een ontheffing zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid Drank- en Horecawet geldt het volgende. Sociaal-hygiënische aspecten De sociaal hygiënische aspecten komen tot uiting in: de leeftijdsgrenzen, de zedelijkheidseisen, de eisen gesteld aan leidinggevenden en inrichtingseisen. Ter voorkoming van overmatig alcoholgebruik en alcoholmisbruik worden aan de ontheffing de volgende voorschriften verbonden: De leidinggevende ter plaatse van het evenement dient in het bezit te zijn van een Verklaring Sociale Hygiëne. Het is verboden voor de leidinggevende om in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen tijdens het evenement. De (zwak-alcoholhoudende) drankverstrekking vindt plaats onder toezicht van minstens één algemeen leidinggevende die op de tapontheffing staat vermeld, welke er op toe dient te zien dat gedurende de periode waarvoor de ontheffing geldt, de drankverstrekking correct plaats vindt en dat de in de ontheffing vermelde voorschriften op correcte wijze worden nageleefd. Personen beneden de leeftijd van 18 jaar mogen niet werkzaam zijn ter zake van de verkoop van zwak-alcoholhoudende drank. De ontheffing of een afschrift daarvan is tijdens de verstrekking aanwezig. In de directe nabijheid van het tappunt zijn opschriften en/of afbeeldingen aanwezig en zichtbaar waaruit blijkt dat aan personen onder de 18 jaar geen alcohol wordt geschonken. Personen die kennelijk onder invloed van alcoholhoudende drank verkeren of die door hun gedrag aanstoot geven, moeten worden geweerd of geweigerd, en aan hen mag geen alcoholhoudende drank worden verstrekt. Openbare orde en veiligheidsaspecten Bij openbare orde aspecten gaat het om het feit dat het tappen van alcohol op een verantwoorde wijze plaatsvindt. Ter voorkoming van openbare orde problemen worden aan de ontheffing de volgende voorwaarden verbonden: Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt vanaf het aanvangstijdstip van het evenement. De geldigheid van de ontheffing eindigt uiterlijk een half uur na afloop van het evenement. Tijdens het evenement mogen tappunten niet worden verplaatst. Verboden zijn tevens de bierfiets, gieters, de zogenaamde “rugzaktap” en de navulslang, waarbij met een lange slang vanaf het tappunt, de klanten op enige afstand vanaf het vaste tappunt kunnen worden bediend. De alcoholhoudende drank wordt, gelet op de aard van het evenement, verstrekt in gebruikersverpakkingen, anders dan van glas of blik. De ontheffinghouder dient er zorg voor te dragen dat alcoholhoudende dranken niet van het evenemententerrein c.q. de locatie waar de tapontheffing geldt, worden meegenomen naar elders. Het tappunt waarvoor de ontheffing wordt gebruikt is binnen het terrein gelegen waarop de bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard (het evenement) plaatsvindt. Er worden alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen genomen om te voorkomen, dat de gemeente Waalre dan wel derden door het gebruik van deze ontheffing schade lijden. Eventuele aanwijzingen c.q. bevelen die het gemeentebestuur, de politie, brandweer of toezichthouder van de gemeente geeft, moeten onmiddellijk en stipt worden opgevolgd. Na afloop van de drankverstrekking dient de nabije omgeving te worden ontdaan van al het afval. Kosten die voortvloeien uit het niet schoon opleveren van de nabije omgeving komen voor rekening van de ontheffinghouder. 8. Natuurijs-, watersport- en visevenementen Natuurijs Het betreden van natuurijs is op eigen rekening en risico. De gemeente Waalre doet geen uitspraken over de betrouwbaarheid van het schaatsijs. Watersportevenementen Watersportevenementen in de zin van varen met waterscooters en ‘jetski’-vaartuigen of soortgelijk zijn op de wateren in Waalre verboden. 9. Afval De organisator van een evenement is zelf verantwoordelijk voor het schoonhouden van het evenemententerrein en het opruimen van vuil(nis), ook na afloop van het evenement. Mocht het terrein na afloop van het evenement niet schoon en schadevrij opgeleverd worden, dan worden de kosten voor het opruimen van het terrein en/of het herstellen van schade aan het terrein verhaald op de organisatie van het evenement. 10. Permanente standplaatsen In de gemeente Waalre is een aantal locaties aangewezen als permanente standplaats. Dit betekent een structurele bezetting van dit stuk openbaar gebied. Indien verzocht wordt een evenement op de locatie van een permanente standplaats te laten plaatsvinden, is het uitgangspunt dat de permanente standplaats op de betreffende locatie ingenomen mag blijven. Indien dit onmogelijk is, zal bij uitzondering overleg gevoerd worden met de permanente standplaatshouder voor een alternatieve locatie gedurende het evenement. 11. Natuurgebied Voor zover een evenement plaatsvindt in natuur- of bosgebied, wordt bij de vergunningverlening hetgeen bepaald is in ‘Criteria voor activiteiten en evenementen in bos en natuur’, opgenomen in bijlage 5 ‘Criteria voor activiteiten en evenementen in bos en natuur’, in beginsel in acht genomen. 12. EHBO-post Indien als voorschrift een EHBO-post verplicht wordt gesteld, worden in ieder geval de volgende eisen aan deze verbonden: De EHBO-post is duidelijk herkenbaar en bevindt zich op een centraal punt op de evenementlocatie. De post is voor bezoekers en hulpdiensten goed bereikbaar en is permanent bemand. Hulpverleners zijn als zodanig duidelijk herkenbaar. EHBO-ers kunnen een geldig diploma overleggen. De inrichting van de EHBO-post voldoet aan de volgende criteria: Er is een duidelijk zichtbare verwijzing vanuit het hele terrein, met bij voorkeur internationale symbolen. De EHBO-ruimte betreft een wind- en waterdichte ruimte van minimaal 5 x 5 meter (bij voorkeur afsluitbaar). De EHBO-ruimte heeft een 230V-aansluiting en is voorzien van licht en stromend water. Er is een toilet beschikbaar. De ruimte is uitgerust met een EHBO-koffer met een standaard uitrusting volgens het Oranje Kruis (bij sportevenementen ook met materialen om te koelen). De ruimte is uitgerust met ten minste een tafel, drie stoelen, brancard en communicatiemiddelen (vaste telefoon, mobiele telefoon of portofoon). De EHBO-post is voorzien van stromend drinkwater (onder andere om de handen te kunnen wassen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel