Bij tijdelijke acties, zoals een opheffingsuitverkoop of een feestelijke opening, kan een ondernemer tijdelijke gevelreclame plaatsen. Bijvoorbeeld een ballonnenboog. Een vergunning is in deze gevallen niet nodig. Wel moet de uiting uiterlijk twee weken van tevoren worden gemeld. Dit blijft zo. In de APVG staat dat het college binnen twee weken kan bijsturen op de melding. We gebruiken de twee weken om te toetsen of de reclame-uiting geen hinder veroorzaakt voor de omgeving, op basis van de weigeringsgronden in de APVG. Dit systeem werkt goed en handhaven we. Wel brengen we nu de periode waarin de tijdelijke gevelreclame mag blijven, terug van negen naar zes weken. Dit sluit beter aan bij de werkelijkheid nu we voor pop-upbedrijven aanvullende regels hebben (zie hieronder).
Af en toe staan bedrijfs- en winkelpanden voor langere of kortere tijd leeg voordat een nieuwe huurder of koper wordt gevonden. Over het algemeen is dit niet goed voor het straatbeeld. Ondernemers bedenken daarom nieuwe manieren om het leegstaande vastgoed er verzorgd uit te laten zien. Bijvoorbeeld het geheel beplakken van de ramen met een impressie van de nieuwe winkel. Hiervoor willen we mogelijkheden bieden. Dit geldt alleen voor uitingen bedoeld voor de verkoop of verhuur van een pand of bij verbouw. Reclame-uitingen gericht op de openbare weg die geen relatie hebben met het pand of de functie in het pand, staan we niet toe.
Pop-up winkels, ook vaak pop-up shops of flash stores genoemd, zijn in opkomst. Voor webwinkeliers of seizoensgebonden verkopers is het ideaal om tijdelijk een fysieke winkel te kunnen openen. Zolang de winkel of het bedrijf is geopend, draagt deze bij aan de levendigheid van het straatbeeld. Vaak zijn deze winkels een welkome tijdelijke aanvulling in de straat.
Omdat pop-up winkels tot een paar maanden kunnen bestaan, willen we de mogelijkheden voor reclame-uitingen van deze bedrijven anders organiseren. Met de tijdelijke mogelijkheden die de APVG biedt (maximaal zes weken) kunnen de ondernemers niet altijd uit de voeten. Een vergunningentraject voor permanente reclame is voor tijdelijke situaties te omslachtig.
Pop-up winkels voor maximaal drie maanden willen we daarom onder de meldingsplicht laten vallen. Een melding volstaat als de gevelreclame voldoet aan de sneltoetscriteria die in deze nota zijn verwoord. In sommige gevallen kan voor de constructie een omgevingsvergunning nodig zijn. Deze kan eenmalig met één maand worden verlengd. Als het bedrijf na deze periode besluit zich permanent te vestigen, dan zijn de benodigde reclamevergunningen weer vereist.
Samengevat hanteren we de volgende beleidsuitgangspunten voor tijdelijke gevelreclame.
Voor tijdelijke gevelreclame voor een periode van maximaal zes weken geldt op grond van de APVG een meldingsplicht, twee weken voorafgaand aan de plaatsing.
Naast- of bovengelegen functies mogen geen onevenredige hinder van de reclame-uiting ondervinden.
De uitingen doen geen afbreuk aan de karakteristieken van het gebied (zoals beschreven in paragraaf 3.2).
Het college is bevoegd nadere regels te formuleren waaraan de tijdelijke reclame moet voldoen.
Bij onroerend goed dat te koop of te huur wordt aangeboden, is het mogelijk de lege etalageruiten te beplakken ten behoeve van de verkoop of verhuur. In de sneltoetscriteria zijn hiervoor regels opgenomen.
Bij een verbouw mag een ruit alvast reclame bevatten ten behoeve van het te openen bedrijf.
Het college is bevoegd nadere regels te formuleren.
Voor tijdelijke gevelreclame voor een periode van maximaal drie maanden geldt de meldingsplicht.
De periode van drie maanden kan eenmalig met één maand worden verlengd. Daarna geldt de reguliere vergunningplicht.
Het reguliere uitstallingenbeleid, dat vergunningsvrij is, geldt ook voor pop-up stores.
Het college is bevoegd nadere regels te formuleren.