Veel winkeliers maken gebruik van de mogelijkheid om een klein deel van hun koopwaar voor het pand, veelal in de openbare ruimte, te plaatsen met als doel de voorbijgangers te verleiden naar binnen te gaan en aankopen te doen. Ook reclameborden en andere objecten, rekenen we tot uitstallingen. Vooral in de binnenstad staat het uitstallen vaak op gespannen voet met de beperkte ruimte op de trottoirs. Het is van belang dat de regels garanderen dat er voldoende doorgang blijft voor de verschillende verkeersstromen.
Uitstallingen zijn vrijwel voor ieder pand toegestaan. Uitgezonderd zijn de Grote Markt, de Herestraat, de Guldenstraat, de Waagstraat, de Vismarkt noordzijde, de A-kerkhof noordzijde, de Brugstraat, de A-straat tot aan de Westersingel en de Westerkade. Hier zijn vanwege de doorstroom en veiligheid van de grote aantallen voetgangers geen uitstallingen toegestaan.
De regelgeving voor uitstallingen is nu opgenomen in de nadere regels van de APVG. Hierin staat dat in de binnenstad, dus binnen de diepenring (met uitzondering van de hiervoor genoemde straten), kleine uitstallingen tot 50 cm vanaf de gevel vergunningsvrij zijn toegestaan. Buiten de binnenstad zijn vergunningsvrij grotere uitstallingen mogelijk, tot 1 meter vanaf de gevel, mits tegen de gevel geplaatst. Uitstallingen met een diepte tussen de 50 en 100 cm zijn mogelijk als er te allen tijde 1,50 meter van het trottoir vrij blijft én als in de straat een vrije ruimte van 4 meter overblijft voor de doorgang van de hulpdiensten (zie afbeeldingen). Er is gekozen voor een vrije ruimte op het trottoir van 1,50 meter, zodat er ook voldoende doorgang overblijft ter plaatse van een lantaarnpaal of verkeersbord. Die staat over het algemeen op een afstand van 30 cm vanaf de trottoirband.
Uitstalling van 50 cm, van 100 cm en van vrije doorgangsruimte
Voorheen was voor de uitstallingen tussen de 50 en 100 cm vanaf de gevel een vergunning nodig. Deze verplichting laten we vallen. In gebieden waar uitstallingen tot een afstand van 1 meter vanaf de gevel zijn toegestaan, hoeft geen vergunning meer te worden aangevraagd. Als ondernemers in bijvoorbeeld de zelfreguleringsgebieden overeenkomen dat de maatvoering van de vergunningsvrije uitstallingen ontoereikend is, dan kan het college op grond van artikel 2.6 van de APVG besluiten vergunning te verlenen voor een grotere uitstallingszone.
Waar nodig kunnen burgemeester en wethouders ook nadere beleidsregels voor de uitstallingen opstellen. Bijvoorbeeld om voldoende doorgang voor de hulpdiensten te garanderen.
Samengevat hanteren we de volgende beleidsuitgangspunten voor uitstallingen, zoals reclameborden en andere objecten.
Uitstallingen zijn niet toegestaan in/aan de Grote Markt, de Herestraat, de Guldenstraat, de Waagstraat, de Vismarkt noordzijde, de A-kerkhof noordzijde, de Brugstraat, de A-straat tot aan Westersingel en de Westerkade.
Binnen de diepenring is de basisregel dat uitstallingen zijn toegestaan tot een afstand van 50 cm vanaf de gevel. Dit is vergunningsvrij.
Buiten de diepenring is de basisregel dat uitstallingen vergunningsvrij zijn toegestaan tot een afstand van 100 cm vanaf de gevel. Hierbij geldt als voorwaarde dat er te allen tijde een vrije doorgang van 4 meter in de straat aanwezig blijft voor de hulpdiensten.
Het college is bevoegd nadere regels op te stellen. Deze staan in deel B van deze nota, paragraaf 6.2.1.