Naar hoofdinhoud

Deel A › Paragraaf 3

Artikel 3.1

Gevelreclame en buitenreclame

Onderdeel van Reclamebeleid 2016

Voor ondernemers is gevelreclame een belangrijk instrument om hun bedrijf of winkel onder de aandacht te brengen. Met de vormgeving van de reclame brengt de ondernemer tot uitdrukking wat de klant kan verwachten aan assortiment, kwaliteit en prijsklasse. Als deze vorm van reclame van goede kwaliteit is, draagt zij bij aan de levendigheid van de economische gebieden. Het is van belang de mate en de kwaliteit van de gevelreclame in goede banen te leiden, zodat ondernemers elkaar niet hoeven te ‘overschreeuwen’. De meest voorkomende vorm van gevelreclame is pandgebonden gevelreclame. Dit zijn reclame-uitingen op de gevel die een relatie hebben met de activiteiten in het pand, bijvoorbeeld de naam van een winkel of bedrijf. Een nieuwe vorm van reclame zijn lichtbakken of (led)scherm meteen achter een etalageruit die duidelijk gericht zijn op de openbare weg. Ook dit zien we als gevelreclame. Daarnaast komen tijdelijke vormen van gevelreclame voor. Deze bestaan vaak uit spandoeken of andere uitingen om tijdelijke acties van winkels en bedrijven (zoals een opheffingsverkoop) kenbaar te maken. Bijvoorbeeld een ballonnenboog bij opening van een zaak. Voor zo’n tijdelijke reclame-uiting is geen vergunning nodig, maar deze moet wel voldoen aan de beleidsuitgangspunten. Zie hiervoor paragraaf 3.8. Anders dan in de binnenstad en in de winkelcentra hebben bedrijven en kantoren op bedrijventerreinen vaak eigen ruimte rondom het pand. Van oudsher mag deze ruimte in beperkte mate worden aangewend voor reclame-uitingen, zoals vlaggen, een reclamezuil of een naambord.

Rechtspraak bij dit artikel