Naar hoofdinhoud

Deel A › Paragraaf 3

Artikel 3.2

Gebiedstypen

Onderdeel van Reclamebeleid 2016

Wat passend is op het gebied van reclame, is niet voor elk gebied hetzelfde. In winkelstraten in de binnenstad dragen de ondernemers in belangrijke mate bij aan de levendigheid van het stadscentrum, maar aan de andere kant willen we hier ook de ruimtelijke kwaliteit behouden en waar mogelijk versterken. Vanwege de over het algemeen kleinschalige bebouwing is hier minder ruimte om veel reclame toe te voegen. Op de grootschalige bedrijventerreinen ligt die verhouding anders. Vandaar dat we de gemeente hebben opgedeeld in gebieden zodat we gebiedsspecifieke criteria kunnen hanteren. We onderscheiden de volgende typen gebieden: Binnenstad (paragraaf 3.2.1); Wijk-/buurtwinkelcentra en woongebieden (§ 3.2.2); Bedrijventerreinen (§ 3.2.3); Kantoorgebieden (§ 3.2.4); Buitengebied, groen, recreatie, sport en openbaar (vaar)water (§ 3.2.5). In hoofdstuk 3 is het beleidskader weergegeven aan de hand van verschillende gebiedstypen. De beschrijvingen per gebied vormen de beleidsuitgangspunten die de raad vaststelt. Deze zijn vervolgens vertaald in toetsingscriteria voor welstand per gebied. Hieraan toetsen we de reclameaanvragen van ondernemers. Het opstellen van welstandsregels is een raadsbevoegdheid. De welstandsregels vormen een separaat onderdeel van de Welstandsnota. In hoofdstuk 4 staan de beleidsuitgangspunten voor het gebruik van de openbare ruimte voor reclamedoeleinden. Hiervoor is de APVG het toetsingskader. In deel B van deze nota hebben we ‘Nadere regels’ geformuleerd, behorend bij de APVG. Hiervoor is het college bevoegd. De raad bepaalt hiermee het kader waarbinnen het college de bevoegdheid heeft de regels verder uit te werken. De indeling van Groningen in deze gebiedstypen is te vinden in de bij dit beleid behorende Reclamekaart 2016 (bijlage 2). Binnenkort is er een grenscorrectie met de gemeente Slochteren vanwege Meerstad. Ook is er een gemeentelijke herindeling op komst met Ten Boer. Zodra dit een feit is, zullen de gebiedstypologieën ook van toepassing zijn op de toegevoegde gebieden. Het gaat dan om woongebieden met daarin incidentele bedrijvigheid, het winkelcentrum van Ten Boer en vooral buitengebied met incidentele bedrijvigheid. Groningen heeft een mooi centrum, dat zijn oorsprong heeft in de Middeleeuwen en grotendeels zijn oude structuur nog kent. De aantrekkingskracht en belevingswaarde van de binnenstad is groot en wordt voor een belangrijk deel bepaald door het straatbeeld. De gebouwen in de binnenstad zijn divers, evenals de openbare ruimte. Historische panden worden afgewisseld door meer recente, kleine winkeltjes en grote publieke gebouwen staan dicht bij elkaar. Grote pleinen en brede straten gaan over in smallere straten en gangen. Geen straat of gevel is hetzelfde. De binnenstad van Groningen heeft zoveel cultuurhistorische waarde dat zij is aangewezen als beschermd stadsgezicht. De verschillende panden in de straat vormen de aaneengesloten wanden van de openbare ruimte en leveren daarmee een essentiële bijdrage aan de kwaliteit van de aangename en waardevolle stedelijke ruimte. Vanwege de geringe breedte van de afzonderlijke gevels bestaat er al een divers straatbeeld. We willen voorkomen dat het opvallende karakter van gevelreclames het gevelbeeld te veel gaat overheersen. De hoeveelheid en grootte van de reclame-uitingen moet in relatie staan tot het betreffende pand of de gevelwand. Qua ruimte en gebruik zijn in de binnenstad verschillende delen te herkennen. Daarom zijn voor de binnenstad op de kaart drie typen gebieden aangegeven: Winkelstraten; Pleinen en straten met een breed profiel; Overige gebieden: beschermd stadsgezicht. De meeste winkels bevinden zich op het begane grond niveau van de panden; de zogenaamde plint van het gebouw. Omdat deze laag zich op ooghoogte bevindt, is de plint cruciaal voor de beleving en aantrekkingskracht van de stedelijke ruimte. Door hier reclame aan te brengen, bereikt de ondernemer het meeste effect. Reclame op de lagen boven de plint heeft minder effect, omdat het oog van het winkelend publiek hier niet op gericht is. Ook kunnen de mensen die op deze lagen wonen, van de reclame hinder ondervinden. Reclame-uitingen die ver uitsteken, zoals uithangborden en vlaggen, kunnen het zicht ontnemen op de naastliggende gevels. Dit komt doordat de hoek waaronder je in de meeste straten op de straatgevel kijkt, klein is. Het straatbeeld is gebaat bij een beperkt aantal uitstekende reclames en bij open en transparante geveldelen. Links wordt in de smalle binnenstadsstraat het zicht op de gevel ontnomen door de grote hoeveelheid reclame-uitingen. Rechts blijft de gevel zichtbaar. (Bron: welstandsnota Maastricht 2004) We streven er daarom naar de reclame-uitingen vooral aan te brengen op de plint. We staan beperkt reclame toe die haaks op de voorgevel staat. Door de daarboven liggende gevels vrij te houden, blijft het zicht op de gehele straatwand mogelijk. Ook wordt ook het uitzicht van de bewoners niet geblokkeerd. De hoofdstructuur van de stad wordt gevormd door de markten en het brede Gedempte Zuiderdiep en Kattendiep. De stedelijke ruimte is hier breder, waardoor er meer zicht op de gevels is. Vaak zitten hier de grotere winkelformules, in grotere panden. Omdat deze straten ook een ‘winkelsfeer’ hebben, is de ruimte voor het aanbrengen van reclame hier wat groter dan in straten waar minder winkels aanwezig zijn. Hier heeft de individuele reclame meer invloed op het gehele straatbeeld. De ruimte voor grotere en bijzondere reclame zit boven de plint, omdat de gevels meer zichtbaar zijn onder een grotere hoek. Natuurlijk moet de reclame ook hier goed afgestemd worden op de architectuur van het pand. Op de reclamekaart zijn de volgende pleinen en brede straten aangegeven: Grote Markt Vismarkt Westerhaven Gedempte Zuiderdiep Damsterplein De overige delen van de binnenstad bestaan uit gemengd stedelijk gebied, waar naast de woonfunctie ook detailhandel en bedrijvigheid voorkomt. Dit gebied behoort tot het beschermd stadsgezicht. Omdat hier over het algemeen minder bedrijven te vinden zijn, is de wens tot het voeren van reclame beperkt. Het ligt voor de hand om voor de bedrijvigheid hier dezelfde reclamecriteria te hanteren als in de winkelgebieden in de binnenstad. Naast de binnenstad kent Groningen de volgende beschermde stadsgezichten: Korrewegwijk Schildersbuurt Bloemenbuurt Zuiderpark Verlengde Hereweg Oosterpoort-Oost Petrus Campersingel Samengevat zijn voor de binnenstad de volgende beleidsuitgangspunten geformuleerd. Er is een goede balans tussen de gewenste levendigheid en kwaliteit van de reclame-uitingen aan de gevels. Ondanks de reclame-uitingen is er sprake van een rustig, niet schreeuwerig straatbeeld. Er is een goed woon- en leefklimaat. Voor een uitnodigende en hoogwaardige plint blijven de raamdelen zo veel mogelijk transparant en zijn ze voorzien van een etalage. De (historische) gevels blijven zo veel mogelijk zichtbaar. Gevelreclame wordt zo veel mogelijk in één horizontale lijn geplaatst. Het aantal toegestane reclame-uitingen geldt per gevel. Hoekpanden bestaan uit twee gevels. De beleidsuitgangspunten zijn verwerkt in de volgende sneltoetscriteria voor gevelreclame in de Binnenstad. Sneltoetscriteria pandgebonden gevelreclame Binnenstad en beschermde stadsgezichten Op ≥ 2,2 meter vanaf maaiveld en onder de dorpel van de ramen van de eerste verdieping: 3 van de 5 onderstaande reclame-uitingen in de gebieden Pleinen en Brede straten en Winkelstraten (zie Reclamekaart in bijlage 2) 2 van de 5 onderstaande reclame-uitingen in Overig beschermd stadsgezicht (Reclamekaart) Samengevoegde panden worden als één bedrijf gezien en mogen één extra gevelreclame toe passen. Bij extra lange of grote panden is maatwerk vereist. In het gebied Pleinen en Brede straten is het mogelijk boven de plint reclame aan te brengen, gezien de specifieke opgave zijn hiervoor geen sneltoetscriteria opgesteld. Voor raamstickers en (led)schermen geldt de eis van 2,20 m vanaf maaiveld niet belettering uitvoering: horizontale tekst plat op de voorgevel, uitgevoerd in los op de gevel aangebrachte letters eventueel aangevuld met een logo maximale hoogte: 0,45 meter maximale breedte: 75% van de gevelbreedte haaks op de gevel uitvoering: dubbelzijdige (licht-)reclame maximale afmetingen: 0,9 x 0,9 m positie: op dezelfde hoogte als de losse belettering plaatsen markies/uitvalscherm maximale breedte: 75% van de breedte van de zonwering als sprake is van reclame op één zonwering op een pand maximale breedte: 50% van de breedte van de zonwering als sprake is van reclame op meer dan één zonwering op een pand maximale hoogte: 0,45 m Raamstickers / dichtzetten van ramen maximaal afmetingen: 25% van het glasoppervlak, gerekend per kozijn maximaal afmetingen: indien de raamstickers uit letters of vergelijkbare elementen bestaan is maximale 50% van het glasoppervlak toegestaan bij tijdelijke raamstickers met betrekking tot het aanbieden van bedrijfs-/winkelruimte voor verkoop of verhuur geldt geen maximale oppervlakte; er geldt een maximale duur van 6 maanden positie: het permanent ‘dichtzetten’ van ramen door middel van een wand op 0,3 meter achter het glasoppervlak (LED)schermen positie: aan binnenzijde, op 0,3 meter achter het glasoppervlak maximale afmeting: 25% van het glasoppervlak, per kozijn algemene criteria: niet aan verkeerroutes – lichtsterkte – geen flikkerende afbeeldingen – pandgebonden – uitzetten tussen 22:00 en 6:00 u. Wijk- en buurtwinkelcentra zijn voornamelijk gericht op de woonwijken waarin ze liggen. Groningen kent relatief veel kleine buurtcentra en solitaire supermarkten en tamelijk weinig grotere winkelcentra. Ze zijn aangeduid op de reclamekaart. Waar in de vooroorlogse woonwijken de winkelstrips gelegen zijn aan de multifunctionele stadsstraten, zijn in de naoorlogse wijken de winkels ondergebracht in specifieke winkelcentra. Van belang is te constateren dat de winkelstrips aan de Korreweg en de Meeuwerderweg deels onderdeel zijn van een beschermd stadsgezicht. Deze vallen dus onder de reclamecriteria voor panden in beschermde stadsgezichten (zie paragraaf 4.2 Binnenstad en overige Beschermde Stadsgezichten). Om verschillende uitgangspunten te voorkomen, gelden voor winkels en bedrijven in dergelijke straten de reclamecriteria voor panden in beschermde stadsgezichten. De wijkwinkelcentra in de naoorlogse wijken zijn specifiek gebouwd voor deze functie. Vaak bestaat de openbare ruimte hier uit voetgangersgebied en rijdt er geen overig verkeer doorheen. Reclame is gericht op de voetganger. Boven de winkels wordt over het algemeen gewoond. Ook de enkele solitaire supermarkt en de kleinere winkelstrips die op buurtniveau van belang zijn in de woonwijken, willen graag reclame voeren. Ook deze vallen binnen de categorie wijk- en buurtwinkelcentra. In de woongebieden kan incidenteel een bedrijf of kantoor gevestigd zijn, soms zelfs vrij grootschalig. Vaak zijn dit bedrijven die van oudsher op de locatie gevestigd zijn en in de loop der tijd zijn omgeven door nieuwe woongebieden. In principe gelden voor deze bedrijven dezelfde reclamecriteria. Wel kan het zijn dat er meer mogelijkheden zijn bij grotere complexen. Hiervoor is maatwerk vereist. Tot is er nog de bedrijvigheid en dienstverlening aan of vanuit huis. De laatste jaren is de scheiding tussen wonen en werken hierdoor minder duidelijk geworden. De vraag naar veel en forse reclame-uitingen is hier echter klein. Bedrijfjes gevestigd in woongebieden trekken vaak klanten die specifiek naar dat adres komen en deze ondernemers hebben meer behoefte aan een herkenbare naamaanduiding. Vaak is een klein bord met de naamaanduiding op de gevel voldoende. Grotere borden passen niet goed bij het karakter van de woonwijk en het straatbeeld. Samengevat hanteren we de volgende beleidsuitgangspunten voor de wijk-/buurtwinkelcentra en woongebieden. Meer dan in de binnenstad ligt hier de nadruk op het wonen; het woonklimaat wordt te allen tijde gerespecteerd bij de gevoerde reclame. Gevelreclame wordt op de plint van het pand aangebracht; bij gebouwen met platte daken is het mogelijk gevelreclame op de dakrand aan te brengen. Gevelreclame wordt zo veel mogelijk in één horizontale lijn geplaatst. Hoekpanden bestaan uit twee gevels. Bij extra lange of grote panden is maatwerk vereist. Voor een uitnodigende en hoogwaardige plint blijven de raamdelen zo veel mogelijk transparant en zijn ze voorzien van een etalage. Geen gevelreclame op woningen of woongebouwen. De beleidsuitgangspunten leiden tot de volgende sneltoetscriteria voor pandgebonden reclame in wijk-/buurtwinkelcentra en woongebieden. Sneltoetscriteria pandgebonden reclame Wijk- /buurtwinkelcentra en woongebieden gevelreclame Minimale hoogte:  ≥ 2,2 meter boven maaiveld Op de gevel: uitvoering: plat op de voorgevel aangebrachte enkelzijdige reclame in de vorm van belettering, lichtbakken of borden. maximale hoogte: 0,65 m. maximale breedte: 75% van de gevelbreedte met een maximum lengte van 15 m. Dubbelzijdige (licht-)reclame, haaks op de gevel aangebracht. maximale afmetingen: 0,9 x 0,9 m. positie: Op dezelfde hoogte als de belettering geplaatst. Bovenop de dakrand van de voorgevel aangebrachte, enkelzijdige reclame uitvoering: letters eventueel aangevuld met een logo maximale hoogte: 0,65 m niet toegestaan in het geval van schuine daken Raamstickers / dichtzetten van ramen maximaal afmetingen: 25% van het glasoppervlak, gerekend per kozijn maximaal afmetingen: indien de raamstickers uit letters of vergelijkbare elementen bestaan, maximaal 50% van het glasoppervlak bij tijdelijke raamstickers met betrekking tot het aanbieden van bedrijfs-/winkelruimte voor verkoop of verhuur geldt geen maximale oppervlakte; er geldt een maximale duur van 6 maanden positie: het permanent ‘dichtzetten’ van ramen door middel van een wand op 0,3 meter achter het glasoppervlak (Led)-schermen positie: aan binnenzijde, op 0,3 meter achter het glasoppervlak maximale afmeting: 25% van het glasoppervlak, gerekend per kozijn algemene criteria: niet aan verkeerroutes – lichtsterkte – geen flikkerende afbeeldingen – pandgebonden – uitzetten tussen 22.00 en 6.00 u. Omdat bedrijven niet alleen graag goed zichtbaar, maar ook goed bereikbaar willen zijn, liggen ze over het algemeen aan het hoofdverkeersnetwerk. Oudere terreinen hebben vaak een duidelijke relatie met water- en/of spoorweginfrastructuur. De meer recente terreinen zijn sterk gericht op het wegverkeer. Zo vormen de bedrijventerreinen langs de A7 zowel aan de west- als de oostkant de ‘toegangspoorten’ van de stad. Een representatieve uitstraling langs het hoofdverkeersnetwerk is dan ook op zijn plek. Op bedrijventerreinen zijn de gebouwen vaak robuust. De buitenruimte rondom de bedrijven is dynamisch, omdat deze vaak onderdeel is van de bedrijfsvoering. Gezien de schaal van de gebouwen en terreinen is het vanzelfsprekend dat op bedrijventerreinen meer en grotere reclame mogelijk is dan in de historische binnenstad. Een aantrekkelijke werkomgeving is immers ook voor de ondernemers op de bedrijventerreinen van belang, zowel vanuit persoonlijk oogpunt als vanuit commerciële overwegingen. Op bedrijventerreinen komen ook bedrijfsverzamelgebouwen veel voor, waarbij meerdere bedrijven in één gebouw gevestigd zijn. Hierbij gaat het om het vinden van de goede balans tussen het aantal reclames en de gevelindeling. De reclames zijn qua vormgeving en materiaalgebruik op elkaar afgestemd. Langs het hoofdverkeersnetwerk vormen de randen van de dynamische en robuuste bedrijventerreinen belangrijke zichtlocaties. Hier is de ruimtelijke kwaliteit van het straatbeeld van gebiedsoverschrijdend belang. De reclame-uitingen zijn hier qua uitstraling en uitvoering van een hoogwaardig niveau. Achter deze bebouwingsstroken liggen de veel minder in het oog springende delen van de terreinen. Hier komt overwegend bestemmingsverkeer. Voor deze delen is het verantwoord zonder welstandsregels voor gevelreclame te werken. In de delen van de bedrijventerreinen die niet aan de hoofdverkeersstructuur liggen, zijn daarom de welstandsregels niet meer van toepassing voor gevelreclame. Reclame die niet aan de gevel is bevestigd, maar is aangebracht op het eigen terrein, zoals een vlaggenmast, blijft wel onder de welstandsregels vallen. De reden hiervoor is dat de bestemmingsplannen bouwwerken toestaan met een maximale hoogte. We willen voorkomen dat  deze ruimte volledig door reclame-uitingen wordt ingenomen. Als oudere bedrijventerreinen zich ontwikkelen tot woongebieden of woon-werklocaties, gaan logischerwijs de criteria voor incidentele bedrijven in woongebieden gelden. Samengevat hanteren we de volgende beleidsuitgangspunten voor bedrijventerreinen. Gevelreclame op gebouwen op bedrijventerreinen aan het hoofdverkeersnetwerk is representatief, hoogwaardig en terughoudend vormgegeven. Gevelreclame op bedrijfsverzamelgebouwen is zo veel mogelijk op elkaar afgestemd en is terughoudend. Gevelreclame wordt zo veel mogelijk in één horizontale lijn geplaatst. Reclame op het eigen terrein bij bedrijven is terughoudend. Gevelreclame op gebouwen op bedrijventerreinen die niet aan het hoofdverkeersnetwerk staan of zichtbaar zijn vanaf het hoofdverkeersnetwerk is welstandsvrij. Op basis van de beleidsuitgangspunten hebben we de volgende sneltoetscriteria geformuleerd voor pandgebonden gevel- en buitenreclame op bedrijventerreinen. Sneltoetscriteria welstand pandgebonden gevel- en buitenreclame Bedrijventerreinen Gevelreclame bedrijventerrein aan het hoofdverkeersnetwerk Op de gevel: uitvoering: horizontale tekst plat op de voorgevel, uitgevoerd in los op de gevel aangebrachte letters eventueel aangevuld met een logo maximale hoogte: 0,65 m maximale breedte: 75% van de gevelbreedte met een maximum van 15 m. alleen op de naar de openbare weg gekeerde gevel(s) plat op de gevel enkelzijdige reclame met een maximale oppervlakte per reclame van 20% van de oppervlakte van de gevel spanframes met ‘onzichtbaar’ frame zijn toegestaan Op de dakrand: enkelzijdige reclame bestaande uit losse letters met een maximale hoogte van 20% van de gevelhoogte. maximale breedte 50% van de gevelbreedte Op bedrijfsverzamelgebouwen: reclame op bedrijfsverzamelgebouwen is onderdeel van een totaalontwerp voor reclame. De reclame-uitingen zijn op elkaar afgestemd. Geen lcd-/ledschermen Buitenreclame bedrijventerrein Reclamezuilen. Per bedrijf maximaal één naambord muv hoeksituaties Bij gebouwen tot 5 m hoog: Maximale hoogte 2,5 m. Maximale breedte/diepte 0,65 m. Bij gebouwen van 5 tot 10 m hoog: Maximale hoogte 4 m. Maximale breedte/diepte 1 m. Bij gebouwen hoger dan 10 m: Maximale hoogte 5 m. Maximale breedte/diepte 1,5 m. Vlaggenmasten: Maximaal drie vlaggenmasten per perceel van gelijke hoogte en in een rechte lijn geplaatst op gelijke afstand Geen lcd-/ledschermen In kantoorgebieden worden voornamelijk diensten geleverd. Over het algemeen wordt hier niet gewerkt aan fysieke objecten. De gebouwen en buitenruimte zijn hier hoogwaardig en permanent ingericht. Kantoorlocaties komen voor in diverse schaalgroottes. In de directe nabijheid van de binnenstad zijn ze vaak gemengd met woningen. Daarbuiten neemt hun schaal toe en overheerst de kantoorfunctie. Omdat bedrijven niet alleen graag goed zichtbaar, maar ook goed bereikbaar willen zijn, liggen kantoorgebieden over het algemeen aan het hoofdverkeersnetwerk. De randen van deze terreinen zijn daarmee van grote invloed op het naderen en daarmee de beleving van de stad. Gezien de schaal van de gebouwen en terreinen is het vanzelfsprekend dat in kantoorgebieden meer en grotere reclame mogelijk is dan in de historische binnenstad. Ook hier is het niet de bedoeling dat reclame gaat overschreeuwen. We zien graag dat de reclame is afgestemd op de architectuur van de gebouwen en inrichting van de omgeving. Ook hier geldt dat de aantrekkingskracht en belevingswaarde van deze gebieden voor een belangrijk deel bepaald wordt door het straatbeeld. Op kantoorgebieden komt het bedrijfsverzamelgebouw veel voor, waar meerdere bedrijven in één gebouw gevestigd zijn. Door deze reclames op elkaar en het gebouw af te stemmen, ontstaat een hoogwaardiger beeld. Samengevat hanteren we de volgende beleidsuitgangspunten voor kantoorgebieden. Gevelreclame op gebouwen is representatief, hoogwaardig en terughoudend vormgegeven. Gevelreclame op bedrijfsverzamelgebouwen is zo veel mogelijk op elkaar afgestemd en is terughoudend. Gevelreclame wordt zo veel mogelijk in één horizontale lijn geplaatst. Geen gevelreclame op woningen of woongebouwen. Reclame op het eigen terrein bij bedrijven is terughoudend. Geen lcd-/led-schermen langs verkeersroutes. De beleidsuitgangspunten zijn uitgemond in de volgende sneltoetscriteria voor pandgebonden reclame en buitenreclame in kantoorgebieden. Sneltoetscriteria welstand pandgebonden gevel- en buitenreclame Kantoorgebieden Gevelreclame kantoor- en evenementengebieden Op de gevel: uitvoering: horizontale tekst plat op de voorgevel, uitgevoerd in los op de gevel aangebrachte letters eventueel aangevuld met een logo maximale hoogte: 0,65 m maximale breedte: 75% van de gevelbreedte met een maximum van 15 m. Op gebouwen op sport- en evenementengebieden zijn spanframes toegestaan met een maximale oppervlakte van 15% van de gevel en gespannen in een ‘onzichtbaar’ frame Op de dakrand: enkelzijdige reclame bestaande uit losse doos letters met een maximale hoogte van 20% van de gevelhoogte. maximale breedte 50% van de gevelbreedte Op bedrijfsverzamelgebouwen: reclame op bedrijfsverzamelgebouwen is onderdeel van een totaalontwerp voor reclame, waarbij de reclame wordt afgestemd op de architectuur van het gebouw. Van de aanvrager wordt verwacht dat duidelijk wordt gemaakt of en hoe de reclame-uiting aanvraag in het totaalontwerp voor reclame past. Lcd- / (Led)schermen positie: aan binnenzijde plaatsen, op 0,3 meter achter het glasoppervlak maximale afmeting: 15% van het glasoppervlak, gerekend per kozijn algemene criteria: niet aan verkeerroutes – lichtsterkte – geen flikkerende afbeeldingen – pandgebonden – uitzetten tussen 22:00 en 6:00 u. Buitenreclame kantoorgebied Reclamezuilen. Per gebouw maximaal één naambord muv hoeksituaties Bij gebouwen tot 5 m hoog: Maximale hoogte 2,5 m. Maximale breedte/diepte 0,65 m. Bij gebouwen van 5 tot 10 m hoog: Maximale hoogte 4 m. Maximale breedte/diepte 1 m. Bij gebouwen hoger dan 10 m: Maximale hoogte 5 m. Maximale breedte/diepte 1,5 m. Vlaggenmasten: Maximaal drie vlaggenmasten per perceel van gelijke hoogte en in een rechte lijn geplaatst op gelijke afstand In de parken, in recreatiegebieden, op of langs het openbaar (vaar)water en in het buitengebied willen we zeer terughoudend omgaan met het plaatsen van reclame. Deze gebieden hebben veelal een groen of landelijk karakter. Forse en opvallende reclame past hier niet. Voor de sportgebieden geldt dat uiteraard de naam van het complex en reclame rondom de speelvelden is toegestaan, mits niet gericht op de openbare ruimte. De solitaire bedrijven in deze gebieden kunnen terughoudend reclame voeren. Samengevat hanteren we de volgende beleidsuitgangspunten voor de incidenteel voorkomende bedrijven in de groene gebieden: In groene gebieden gaan we zeer terughoudend om met het plaatsen van reclame. Het aantal toegestane reclame-uitingen geldt per gevel. Hoekpanden bestaan uit twee gevels. Gevelreclame wordt zo veel mogelijk in één horizontale lijn geplaatst. Gevelreclame wordt niet op woningen of woongebouwen aangebracht. Gevelreclame wordt zo veel mogelijk vanuit zichzelf belicht in plaats van extern aangelicht. Reclame op het eigen terrein is terughoudend. De beleidsuitgangspunten zijn omgezet in de volgende sneltoetscriteria voor buitengebied, groen, recreatie, sport en openbaar (vaar)water. Sneltoetscriteria welstand pandgebonden gevel- en buitenreclame Buitengebied, Groen, Recreatie, Sport en Openbaar (vaar)water Gevelreclame Op de gevel: uitvoering: plat op de voorgevel aangebrachte enkelzijdige reclame in de vorm van belettering, lichtbakken of borden. maximale hoogte: 0,65 m. maximale breedte: 75% van de gevelbreedte. Bovenop de dakrand van de voorgevel aangebrachte, enkelzijdige reclame uitvoering:  losse letters maximale hoogte: 0,65 m niet toegestaan in het geval van schuine daken Geen lcd-/ledschermen Buitenreclame Reclamezuilen. Per bedrijf maximaal één naambord Maximale hoogte 2,0 m. Maximale breedte/diepte 0,5 m. Vlaggenmasten: Maximaal één vlaggenmast per perceel Geen lcd-/bedschermen Sportvelden Reclame enkel gericht op sportvelden

Rechtspraak bij dit artikel