1.. Het college kan een belanghebbende die bijstand ontvangt op basis van artikel 1, onder b van de Participatiewet een tegenprestatie opdragen.

2.. Het college draagt in elk geval geen tegenprestatie op aan:

  • - De belanghebbende die aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie als bedoeld in deze verordening;
  • - De belanghebbende die aantoonbaar mantelzorg verricht.

3.. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:

  • - het vermogen van belanghebbende om de tegenprestatie te verrichten;
  • - de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden;
  • - de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende.