Marktgeld
Het marktgeld als bedoeld in artikel 6, lid 1 is
verschuldigd bij de aanvang van hetbelastingtijdvak of,
indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak aanvangt, is het in het eerstelid, sub
a van dit artikel bedoelde marktgeld verschuldigd over
zoveel twaalfde gedeelten
als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van
de belastingplicht, nog volle kalendermaanden.
Indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in ditartikel,
eerste lid, sub a bedoelde marktgeld ontheffing verleend
over zoveel twaalfde
gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het
eindigen van de belastingplicht nog volle
kalendermaanden overblijven.
Standplaatsgeld
Het standplaatsgeld als bedoeld in artikel 6, lid 2 t/m
7, is verschuldigd bij de aanvang van het
belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de
loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang
van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak aanvangt, is het in het tweedelid, sub
a van dit artikel bedoelde standplaatsgeld verschuldigd
over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na
het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden.
Indien de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in ditartikel,
eerste lid, sub a bedoelde standplaatsgeld ontheffing
verleend over zoveel twaalfde
gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het
eindigen van de belastingplicht nog volle
kalendermaanden overblijven.
Artikel 8
Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van markt- en standplaatsgelden 2017.