**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de
aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren door middel van
het werpen van geld in de parkeerapparatuur, door middel van het al dan
niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur, of het met
behulp van een mobiele telefoon, computer of ander communicatiemiddel
inloggen op een centrale computer van een belparkeerprovider. Van de
verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de parkeerapparatuur
kennisgegeven. Het college van burgemeester en wethouders geeft omtrent
een en ander nadere regels.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting
overeenkomstig de aangifte worden betaald na het einde van het parkeren,
indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of andere
apparatuur inloggen op een centrale computer van een
belparkeerprovider.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b., moet overeenkomstig de
aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt
verleend.
**4..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 5
Wijze van heffing en termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017