**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in
werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een
telefoon of parkeerapparatuur inloggen op de centrale computer.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b., is verschuldigd op het
tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**3..** Indien de vergunning in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
gehele jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van
de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 6
Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017