Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Woonvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels WMO 2017

12.1 Algemeen gebruikelijk Deze lijst is niet limitatief en dient niet als afwegingskader voor directe afwijzing gebruikt te worden. Antisliptegels en/of antislipcoating en losse antislipvoorzieningen (zoals badmat en antislipstickers) Automatische deuropeners voor garages Bad (verwijderen en/of plaatsen) Badplank Centrale verwarming Douche (ruimte/bak verwijderen en/of plaatsen) Douchekop en glijstang, douchescherm Drempels tot ca. 6 cm. hoogte eenvoudig aan te passen/ te verwijderen Eengreeps-mengkranen Eenvoudige handgrepen/standaard muurbeugels niet specifiek bedoeld voor gehandicapten Extra bel (aanschaf en plaatsen) Herstel/onderhoud van algemeen gebruikelijk woonvoorzieningen Hogere huurkosten (b.v. door aanschaf centrale verwarming) Kookplaten Kantelbare spiegels Korfladen in de keuken Kosten van aanschaf, installatie en gebruik van telefoon- en internetdiensten Screens en zonneschermen (incl. elektrische bediening hiervan) Sta-op stoel Stangen en elektrische bediening van hoge ramen Thermostatische en één-hendel mengkranen Trapleuningen (extra) Toilet (tweede toilet, hangtoilet, en Sanibroyeurs) Verhoogd toilet (6+/10+ cm toilet) en verhoogde toiletbrillen 12.2 Algemeen gebruikelijk bij verhuizingen Uitgangspunt is dat de kosten van een verhuizing algemeen gebruikelijk zijn. Bijna iedereen verhuist wel 1 of meerdere keren in zijn leven. Voor de volgende algemeen gebruikelijke verhuizingen wordt dan ook, in principe, geen verhuiskostenvergoeding verstrekt: Verhuizing van het ouderlijk huis naar een zelfstandige woonruimte; Verhuizing als gevolg van trouwen of samenwonen; Verhuizing als gevolg van het krijgen van kinderen; Verhuizing van senioren (65 jaar en ouder) naar een kleinere woning, omdat volwassen kinderen zelfstandig wonen en het huis te bewerkelijk is geworden. Er wordt alleen een verhuiskostenvergoeding in de vorm van een Pgb geboden indien er – vanwege beperkingen die het voeren van een huishouden onmogelijk maken - sprake is van een acute noodzaak tot verhuizen naar een adequate woning of een woning die meer geschikt is om aan te passen. 12.3 Algemeen gebruikelijk in seniorenwoning en levensloopbestendig wonen Een cliënt van een serviceflat of seniorencomplex mag verwachten dat deze woning de mogelijkheid biedt om daar als oudere op adequate wijze te kunnen wonen. Het mag dan ook als algemeen gebruikelijk worden beschouwd dat cliënten van een serviceflat kunnen beschikken over een lift en dat in de gemeenschappelijke ruimten de nodige voorzieningen (zoals een elektrische deuropener) aanwezig zijn. In een serviceflat of seniorencomplex is niet de gemeente op grond van de WMO, maar de woningeigenaar gehouden deze voorzieningen te bieden. Algemeen gebruikelijke voorzieningen Omdat een seniorenwoning of serviceflat en levensloopbestendige woningen in de praktijk vaak als gelijk worden gezien is hieronder schematisch opgenomen wat soort voorzieningen of welke mogelijkheden voor het plaatsen van voorzieningen beschikbaar zijn. Seniorenwoning Levensloopbestendige woning Rollator door –en toegankelijk 1 natte cel waarin douche en toilet Anti slipvloer Voldoende ruimte voor draaicirkel rolstoel Raamsluiter met hendel Geen niveauverschillen Thermostaatkraan en glijstang douche Thermostaatkraan en glijstang douche Geen of kleine niveauverschillen (zoals bij balkon) Anti slipvloer Algemene ruimte: -Geen niveauverschillen -Bereikbaar met lift -Elektrische deuropener De mogelijkheid voor voorzieningen zoals elektrische deuropener etc. Wandbeugels in douche/toilet Bewoond door Wonen ouderen (55+) met veelal beperkingen. Door iedereen. Doel: blijven wonen ondanks mogelijk toekomstige beperkingen. Aanpassingen in een wooncomplex Woont een cliënt in een wooncomplex, dan kunnen op de persoon gerichte aanpassingen worden aangebracht in de algemene ruimte van dat wooncomplex, om de woning voor de cliënt bereikbaar en toegankelijk te maken. De volgende woningaanpassingen kunnen worden verstrekt voor gemeenschappelijke ruimten in een wooncomplex: Automatische deuropeners; Hellingbanen van de openbare weg naar de toegang van het gebouw; Extra trapleuningen bij een portiekwoning. 12.4 Wanneer een maatwerk woonvoorziening noodzakelijk kan zijn Doel van de woonvoorziening is het compenseren van ergonomische beperkingen die iemand ondervindt bij het voeren van een huishouden. Het gaat daarbij om belemmeringen die normale elementaire woonactiviteiten bemoeilijkt of onmogelijk maken zoals: het bereiden van eten slapen lichaamsreiniging verzorgen van kinderen (waaronder het veilig kunnen spelen van een kind) De daarvoor bestemde ruimten moeten bruikbaar zijn voor de functies waarvoor ze bestemd zijn. Het gebruik van hobby-, werk- of recreatieruimte valt in principe niet onder het normale gebruik van de woning. Uitraasruimte Een bijzondere woonvoorziening kan worden verstrekt in de vorm van een uitraaskamer. De uitraasruimte kan worden gedefinieerd als: ‘Een verblijfsruimte waarin een persoon die ten gevolge van een beperking(en) in de vorm van een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoond, zich kan afzonderen of tot rust kan komen.’ Deze ruimte mag niet van buiten af te sluiten zijn. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de kosten van woningaanpassing moet in beginsel sprake zijn van een –hetzij uit een lichamelijke, hetzij uit een geestelijke beperking voortvloeiende- belemmering ten aanzien van (één van) de elementaire woonfuncties, welke in direct verband staat met een lichamelijke functionele beperking. 12.5 Afwegingskader woningaanpassing Voorwaarden voor het verstrekken van een woningaanpassing zijn: de ergonomische belemmeringen mogen niet voorvloeien uit de aard van de gebruikte bouwkundige materialen in de woning; de voorziening wordt aan het hoofdverblijf getroffen tenzij het gaat om het bezoekbaar maken van een woning voor een cliënt van een WLZ-instelling; de cliënt moet verhuisd zijn naar de voor zijn of haar belemmeringen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij er vooraf schriftelijk toestemming is verleend. Voor het verlenen van een woningaanpassing gelden, boven op de algemeen geformuleerde voorwaarden, nog een aantal extra voorwaarden: de werkzaamheden mogen niet zonder schriftelijke toestemming worden begonnen door de gemeente aangewezen personen moeten toegang tot de woonruimte krijgen, inzicht krijgen in de bescheiden en de tekeningen en de aanpassing kunnen controleren binnen 15 maanden na toekenning moet de aanpassing gereed gemeld worden. Nadat is voldaan aan de voorwaarden en een voorlopige beslissing is uitgereikt op basis van de geraamde kosten kan begonnen worden met de realisering van de aanpassing. Woningsanering Inwoners met allergie of COPD/astma kunnen in aanmerking komen voor woningsanering, zoals bijvoorbeeld het vervangen van vloerbedekking. Dit is alleen mogelijk wanneer een arts een duidelijke diagnose heeft gesteld. Andere voorwaarden voor toekenning zijn: ∙ Hij of zij bij de aanschaf van de oude materialen niet had kunnen weten dat hij longklachten zou krijgen of dat deze erger zouden worden; ∙ De vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn noodzakelijk is. In principe gaat het bij woningsanering om het vervangen van de vloerbedekking in de slaapkamer. De woonkamer kan ook worden gesaneerd, maar alleen als de betreffende inwoner jonger dan vier jaar is. ∙ Voor het vervangen van gordijnen of behang in de slaap- of woonkamer worden geen saneringskosten verstrekt. Het nut hiervan is volgens het Longfonds nauwelijks aantoonbaar. Woningaanpassingen in natura en bruikleen Woningaanpassingen kunnen in natura worden verstrekt. Voor het verstrekken van hulpmiddelen in natura geldt er een huurovereenkomst met de gecontracteerde aanbieder. In een huurovereenkomst tussen cliënt en hulpmiddelenleverancier, worden rechten en plichten vastgelegd zoals afspraken over onderhoud, reparatie en goed huisvaderschap. Belang mantelzorgers Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden. Afweging verhuizen of woning aanpassen In de afweging tussen een woningaanpassing of een Pgb voor verhuiskosten, worden in ieder geval de volgende punten onderzocht: Als ergonomische belemmeringen onvoldoende kunnen worden opgelost door aanpassingen in de eigen woning, dan is verhuizen naar een andere geschiktere woonruimte de enige adequate oplossing. Als aanpassing (technisch) mogelijk is dienen de verschillende consequenties - zowel vanuit de gemeente als vanuit de cliënt – afgewogen te worden, tegen onder meer de kosten van de verschillende opties. Dit is geen grond om direct tot een verplichte verhuizing te komen. Er zijn aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen aanwezig. Vergelijking van aanpassingskosten van de huidige versus de nieuwe woonruimte. Aangepaste woning beschikbaar. In Leeuwarden wordt, door een systeem van registratie van aangepaste woningen, ernaar gestreefd beschikbare woning zo adequaat mogelijk opnieuw in te zetten. ·Snelheid waarmee woonprobleem kan worden opgelost. In een aantal gevallen kan verhuizing het woonprobleem veel sneller oplossen. ·Sociale omstandigheden. Sociale omstandigheden zullen een rol spelen bij de afweging aanpassen of verhuizen, zoals de nabije aanwezigheid van mantelzorg en afstand tot de verschillende voorzieningen (winkels, ziekenhuis etc.). ·Integrale afweging van de verschillende categorieën Wmo maatwerkvoorzieningen. Afstemming met vervoersvoorzieningen: afstand tot openbaar vervoershaltes, aanwezigheid van voorzieningen, winkels, ziekenhuis etc. ·Woonlastenconsequenties. Een vergelijking maken tussen woonlasten van het aanpassen van de huidige woonruimte versus het verhuizen naar een andere woonruimte. Rekening gehouden kan worden met de (hoogte en de duur) van de te ontvangen huurtoeslag. ·Is de cliënt eigenaar of huurder van de woning. Is de cliënt eigenaar dan heeft een verhuizing andere consequenties dan bij een huurder. Vermogenswinsten of-verliezen dienen worden meegenomen in de overweging. Evenals de mogelijkheid tot hergebruik van de woningaanpassing. ·Woningmarkt. Door externe factoren op de woningmarkt kan een verplichte verkoop van een woning leiden tot een nadelig financieel gevolg voor de cliënt. Een verhuisplicht zou dan kunnen leiden tot een onbillijke situatie. De verhuiskostenvergoeding in de vorm van een Pgb is bedoeld voor onder andere de kosten voor een verhuisbedrijf en de kosten voor aanpassing van vloeren, ramen, plafond en muren. Woonwagens, woonschepen en binnenschepen Een woningaanpassing kan ook worden toegekend aan cliënten die in een woonwagen of op een woonschip of binnenschip wonen. Er gelden in deze gevallen extra voorwaarden in verband met de duurzaamheid van de voorzieningen, namelijk: Een woonwagen en een woonschip moeten nog een technische levensduur van tenminste vijf jaar hebben. Ook de stand- en ligplaats moet nog zeker vijf jaar blijven bestaan, behoudens wijzigingen die buiten de invloedsfeer van een cliënt liggen. De hoofdcliënt van een woonwagen moet over een bewoningsvergunning beschikken. Een voorziening aan een binnenschip kan slechts aan het woongedeelte worden aangebracht en het schip moet geregistreerd zijn en bedrijfsmatig worden gebruikt. Verhuizing Een Pgb voor een verhuizing (verhuis-en herinrichtingskosten) wordt vastgesteld op basis van de begroting van de cliënt, met een maximum dat afhankelijk is van de grootte van het huishouden dat de woning gaat betrekken (los van niet-gezinsleden of volwassen kinderen die meeverhuizen). De maximale bedragen worden vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning.

Rechtspraak bij dit artikel