18.1 Inleiding
Met de invoering van de nieuwe WMO is de financiële ondersteuning vervallen
die mantelzorgers kregen in de vorm van het mantelzorgcompliment. Gemeentes
hebben de beschikking gekregen over dit (voormalig AWBZ-) budget om
plaatselijk en passend vorm te geven aan de ondersteuning voor
mantelzorgers. Hiermee dienen de mantelzorgers in staat te worden gesteld om
hun belangrijke werk kunnen blijven doen. Deze mantelzorgwaardering is
enerzijds bedoeld om mantelzorgers te waarderen voor hun inzet en anderzijds
om op gezette tijden in contact te kunnen komen met de mantelzorgers in de
gemeente, zodat zij, waar nodig, ondersteund kunnen worden.
Met het decentraliseren van de gelden voor mantelzorgondersteuning doet zich
de mogelijkheid voor om op lokaal niveau invulling te geven aan
mantelzorgwaardering op een manier die het meest recht doet aan de lokale
werkelijkheid, met als doel optimaal aan te sluiten bij de wensen van
mantelzorgers.
18.2 Toegang
Er wordt in de regel pas van formele mantelzorg gesproken als er langer dan
3 maanden minstens 8 uur per week zorg wordt verleend. Als er korter dan 3
maanden minder dan 8 uur zorg wordt verleend, is er nog sprake van zgn.
gebruikelijke zorg. Voor mantelzorgondersteuning in de gemeente Leeuwarden
worden echter geen toegangseisen of –criteria gesteld, zodat iedereen die
informele hulp of mantelzorg biedt aan zijn eigen netwerk van ondersteuning
kan worden voorzien. Wel worden de deelnemers geregistreerd om zo enerzijds
een beter beeld te krijgen van de (wensen en behoeften van) mantelzorgers in
de gemeente en anderzijds om deze mantelzorgers ook in de toekomst te kunnen
benaderen om ze van een passend ondersteuningsaanbod te kunnen voorzien.
18.3 Ondersteuning in natura
In het Koersdocument Hervorming Sociaal Domein is vastgelegd dat de nieuwe
mantelondersteuning in natura wordt verstrekt en niet langer, zoals dit wel
het geval was bij het mantelzorgcompliment, een financiële vorm zal
aannemen. Bij waardering in natura valt te denken aan ondersteuning door een
sociaal werker of aandachtscoach, training om beter in staat te zijn om
kwalitatief goede mantelzorg te kunnen leveren, lotgenotencontact of
mantelzorgcafé’s voor het onderhouden en uitbreiden van sociale contacten
met gelijkgestemden en het bieden van respijtzorg waardoor de mantelzorger
tijd voor zichzelf heeft om tot rust te komen.
Voor alle vormen van ondersteuning geldt dat de activiteiten gericht zijn op
het behouden of herstellen van de balans tussen draagkracht en draaglast van
het netwerk. In de keuze voor de best passende methode van ondersteuning
gelden de volgende vier uitgangspunten, die verder uitgewerkt zijn in de
nota mantelzorg:
Voorkomen waar mogelijk, genezen waar nodig;
In de wijk waar mogelijk, bovenwijks waar nodig;
Collectief aanbod waar mogelijk, individueel aanbod waar nodig;
Informele hulp waar mogelijk, formele zorg waar nodig.
In aanvulling op de inhoud van het Koersdocument is in de WMO-verordening
opgenomen dat de mantelzorgondersteuning in natura wordt verstrekt tenzij de
mantelzorger veel kosten moet maken om zijn mantelzorgtaak te vervullen en
deze kosten niet zelf kan dragen. Als een mantelzorger hierdoor onder de
bijstandsnorm uitkomt, kan er een aanvraag voor bijzondere bijstand worden
gedaan. Bij deze aanvraag zal getoetst worden, rekening houdend met de
financiële draagkracht en draaglast van de aanvrager, of de kosten in die
zin noodzakelijk en bijzonder zijn dat er een financiële tegemoetkoming
verstrekt moet worden.
18.4 Draagkracht en draaglast van het netwerk
De verwachting is dat mantelzorgers primair in beeld komen bij de sociale
wijkteams vanwege een hulpvraag van hun zorgbehoevende. Naar aanleiding van
deze hulpvraag voert de sociaal werker een vraagverhelderingsgesprek. In dit
zogenaamde ‘keukentafelgesprek’ bespreekt de sociaal werker hoe het sociale
netwerk van de cliënt kan ondersteunen in het oplossen van de
ondersteuningsvraag. Mantelzorg wordt expliciet meegenomen als mogelijke
oplossing voor deze hulpvraag, rekening houdend met de draagkracht en
draaglast van het sociale netwerk dat mantelzorgtaken op zich kan nemen. Om
deze mantelzorger(s) optimaal te laten functioneren, wordt er in het
ondersteuningsplan ook rekening gehouden met wensen en behoeftes van deze
mantelzorger(s). Op deze manier wordt expliciet aandacht en waardering
besteed aan de belangrijke functie van de mantelzorger en de mate waarin de
mantelzorger in staat is te ondersteunen. Bij het inzetten van het sociaal
netwerk mag er niet een bijdrage van mantelzorgers of het sociale netwerk
worden verlangd die ten koste gaat van baan, inkomen of welzijn. Ook zal
mantelzorg niet als verplichting worden opgelegd aan het sociale netwerk van
de cliënt.
Als blijkt dat het sociale netwerk op dit moment zelfstandig in staat is de
gevraagde zorg te verlenen, dan houdt de sociaal werker een vinger aan de
pols om te monitoren of de balans tussen draagkracht en draaglast van dit
netwerk op termijn niet verstoord wordt. Mocht blijken dat de mantelzorger
extra ondersteuning nodig heeft om zijn taken te kunnen blijven doen, dan
kan de sociaal werker zelf kortdurende ondersteuning verlenen of ervoor
kiezen door te verwijzen naar andere vormen van hulp- of zorgverlening.