7.1 Inleiding
In 2015 hebben we in Leeuwarden de ambulante ondersteuning vorm gegeven in
de maatwerkvoorziening Thuisondersteuning. Voor 2016 hebben wij een vijftal
vormen van thuisondersteuning. Hierin wordt onderscheid gemaakt in de
resultaten en doelen, activiteiten, mate van ziekte inzicht, deskundigheid
en de bestaande risico’s op direct handelen.
Het schematisch overzicht is aan het eind van dit hoofdstuk opgenomen.
Hieronder de beschrijving per voorziening.
7.2 Afwegingskader
Het betreft activiteiten gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en
participatie ter voorkoming van opname of verwaarlozing van de bewoner en
wordt in individueel verband aangeboden. In alle gevallen is er sprake van
matige of ernstige beperkingen op de volgend terreinen:
Zelfredzaamheid
Er is sprake van matige beperkingen als zelfstandig nemen van besluiten niet
vanzelfsprekend is, bewoner hulp nodig heeft bij het regelen van dagelijkse
bezigheden en bij het aanbrengen van dagelijkse routine en structuur, niet
goed begrijpt wat anderen zeggen en zichzelf niet begrijpelijk kan
maken.
Er is sprake van zware beperkingen als complexe taken moeten worden
overgenomen, het uitvoeren van eenvoudige taken moeilijk gaat, de bewoner
niet in staat is zelfstandig problemen op te lossen en/of besluit(en) te
nemen, moeite heeft met communiceren en afhankelijk is van regie van anderen
voor het voeren van de regie.
Gedragsproblemen
Er is sprake van matige beperkingen als er bijsturing en soms gedeeltelijke
overname van taken vereist is door een professional omdat de situatie anders
verslechtert.
Er is sprake van zware beperkingen als er ernstige problemen zijn waardoor
de veiligheid van klant en/of zijn omgeving in gevaar zijn en er continu
professionele bijsturing nodig is.
Psychisch functioneren
Er is sprake van matige beperkingen als er regelmatig hulp nodig is vanwege
concentratieproblemen en informatieverwerking. Er is sprake van zware
beperkingen als volledige overname van de taken door een professional nodig
is vanwege ernstige problemen met concentratie, denken, geheugen en
waarneming van de omgeving.
Oriëntatie en geheugen
Er is sprake van matige beperkingen als er problemen zijn met het herkennen
van personen en omgeving, er vaak hulp nodig is bij het uitvoeren van taken
en het vasthouden van een dagritme. De situatie zal verslechteren zonder
begeleiding. Er is sprake van zware beperkingen als er ernstige problemen
zijn met het herkennen van personen en omgeving, als de klant
gedesoriënteerd is, taken moeten worden overgenomen en er ondersteuning
nodig is bij de dagstructurering.
Het gaat om intensieve en specialistische begeleiding die nodig is op de
hierboven genoemde terreinen (zelfredzaamheid, gedragsproblemen, psychisch
functioneren en/of oriëntatie en geheugen). In het geval aanvullende zorg
nodig is, bepaalt het sociaal wijkteam de toegang op basis van het volgende
afwegingskader:
bewoner heeft een lage score op de zelfredzaamheidsmatrix op de
levensgebieden waarop problemen zijn;
Er is nauwelijks perspectief op inzet vanuit eigen kracht en/of het
netwerk van klant is niet ondersteunend en biedt weinig perspectief
voor verbetering;
Er is sprake van meervoudige zware chronische problematiek waarvoor
intensieve begeleiding nodig is en/of;
Het gaat om (complexe) problematiek die specifieke expertise vraagt
(bijvoorbeeld bij psychiatrische stoornissen, verslaving,
gedragsproblemen, dementie, zintuiglijke beperkingen) en/of;
De situatie van de bewoner is zeer instabiel;
Daarnaast speelt mee in de overweging of er sprake is van inzet van
dwang en drang en/of de veiligheid in het geding is en/of sprake is
van een crisissituatie.
7.3 Landelijke inkoop specialistische zorg
Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 ook verantwoordelijk voor de
ondersteuning van cliënten met een zintuiglijke beperking:
visueel;
doofblind;
vroegdoof.
Een klein deel van deze groep heeft specialistische begeleiding nodig die
slechts door enkele aanbieders in Nederland wordt geleverd. Deze behoefte is
er omdat deze mensen vaak, naast de zintuiglijke beperking, te maken hebben
met andere (vaak verstandelijke en/of psychiatrische) beperkingen.
Om de continuïteit van zorg te kunnen garanderen voor mensen die van deze
vorm van specialistische begeleiding afhankelijk zijn, is door de VNG met
een aantal specialistische aanbieders landelijke inkoopafspraken gemaakt.
Deze afspraken zijn vastgelegd in een raamovereenkomst. Als onderdeel van de
raamovereenkomst zijn per functie afspraken gemaakt voor de levering van
hulp en ondersteuning in het Programma van Eisen (PvE). Gemeenten hoeven
hierdoor niet afzonderlijk afspraken te maken met deze aanbieders. Er zijn
raamovereenkomst gesloten met 8 aanbieders.
Gemeenten kunnen gebruik maken van de raamovereenkomst door een inwoner van
de betreffende groep naar een van de aanbieders toe te leiden waarmee een
raamovereenkomst gesloten is. Als de gemeente daarbij verwijst naar de
landelijke inkoopafspraken is daarmee de raamovereenkomst tussen gemeente en
aanbieder ingeroepen.
Met de 8 aanbieders zijn afzonderlijke tarieven afgesproken. De tarieven
zijn niet breed gepubliceerd. De raamovereenkomst en de programma's van
eisen zijn te vinden op vng.nl en invoeringwmo.nl.
Mensen met een zintuigelijke beperking (ZG)
Er is sprake van een zintuiglijke beperking bij cliënten die een ernstige
visuele of auditievebeperking hebben. De volgende doelgroepen zijn hierbij
te onderscheiden:
Cliënten met een ernstige visuele beperking
De cliënt die op grond van een visuele beperking valt onder deze doelgroep
heeft een visuele
beperking die voldoet aan de NOG-richtlijn ‘Visusstoornissen, Revalidatie en
Verwijzing’.
Volgens deze richtlijn is sprake van een visuele beperking als ernstige
stoornissen in het
gezichtsvermogen en/of de visuele perceptie zijn vastgesteld in combinatie
met beperkingen in
het dagelijks functioneren. De cliënt voldoet aan de volgende criteria:
er is sprake van bijkomende cognitieve, psychosociale en/of
psychiatrische problematiek;
er is sprake van een combinatie van problematiek, zoals cognitieve,
psychosociale en/of
psychiatrische problematiek. Dit leidt tot beperkte compensatiemogelijkheden
envervolgens tot een volstrekt ‘nieuwe’ en grotere beperking met nog minder
mogelijkheden;
uit aanvullend onderzoek, diagnostiek en/of dossieronderzoek (onder meer de
PAI) blijkt
·dat de cliënt in aanmerking komt voor Specialistische Begeleiding.
Vroegdove cliënten
Doof wil in dit kader zeggen dat de cliënt meer dan 80 decibel (dB)
gehoorverlies aan beideoren heeft. Eventuele gehoorresten hebben geen
betekenis voor communicatie. Indien eenvolwassene (iets) minder dan 80 dB
gehoorverlies heeft en dat verlies selectief hetfrequentiebereik van de
spraak bestrijkt is er ook sprake van complete functionele doofheid. Bij
vroegdove cliënten dateert de doofheid van vóór het begin van de gesproken
normale
taalontwikkeling. De gesproken taalontwikkeling is niet op gang gekomen of
te vroeg gestokt. Er is hierdoor sprake van grote achterstanden in taal,
algemene kennis en emotionele ontwikkeling. Daarnaast kan er sprake zijn van
bijkomende stoornissen en beperkingen van algemene en specifieke, mentale of
fysieke aard.
Doofblinde cliënten
Er is sprake van doofblindheid als:
·er sprake is van een combinatie van verlies van de hoorfunctie (> 35 dB
verlies aan hetbeste oor) en
·verlies van visuele functies (gezichtsscherpte < 0.3 en/of een
gezichtsveldbeperking van<30 graden aan het beste oog) met veelal een
progressief karakter van beide of één vanbeide zintuigbeperkingen.
Deze combinatie van beperkingen leidt tot een aanzienlijk verlies van
algemene en specifieke mentale of fysieke functies, hetgeen leidt tot
belemmeringen in de zelfredzaamheid en participatie.
7.4 Praktische Thuisondersteuning
Praktische Thuisondersteuning is wat betreft de zwaarte en complexiteit
gelijk aan de ondersteuning geboden door de sociaalwerker, de
Thuisondersteuning 1.
Doelgroep
Praktische thuisondersteuning wordt ingezet als het nodig is om
huishoudelijke taken over te nemen en ondersteuning geboden moet worden. De
intensiteit in tijd en/of integraliteit is de basis voor inzet van deze vorm
van ondersteuning.
Resultaat
Het resultaat van de inzet van het product ‘Praktische Thuisondersteuning’
behelst een schoon en leefbaar huis en biedt praktische ondersteuning aan
het zelfstandig wonen. Hierbij horen onder andere de volgende werkzaamheden
c.q. taken: het maken en houden van afspraken, weekplanning/dagstructuur,
dagelijkse/wekelijkse administratie (huishoudboekje) en het opbouwen van een
sociaal netwerk.
Aanvullend bevat deze vorm van ondersteuning huishoudelijke taken zoals
schoonmaakwerkzaamheden, verzorging textiel, het zo nodig warm maken of
klaarmaken van maaltijden en de verzorging van (gezonde) kinderen.
Medewerkers die deze vorm van ondersteuning bieden hebben algemene
deskundigheid en verrichten huishoudelijke taken. Het ‘samen op werken’ kan
hierbij een doel zijn van de ondersteuning.
7.5 Thuisondersteuning
Thuisondersteuning is een vorm van ondersteuning die aan Leeuwarders met een
vraag op het gebied van maatschappelijke zelfredzaamheid wordt geboden.
Thuisondersteuning kent een onderscheid tussen thuisondersteuning 1, 2, 3 en
4. Het onderscheid is op basis van de zwaarte van de ondersteuning en de
benodigde specifieke deskundigheid, niet op basis van de omvang.
Thuisondersteuning betreft het vermogen om zelfzorghandelingen uit te voeren
of regie te voeren over deze zelfzorghandelingen. Verder bevat
thuisondersteuning het inzetten of verbeteren van de eigen kracht, het
versterken van de sociale omgeving en het aanbrengen van structuur en regie.
Maar ook het uitvoeren van praktische vaardigheden, regelen van dagelijks
leven en participeren in de samenleving.
Tot slot is er ook een duidelijke signalerende functie om terugval of
escalatie te voorkomen.
Thuisondersteuning kan ook ingezet worden ter ontlasting van de persoon die
gebruikelijke hulp of mantelzorg levert, als er sprake is van (dreigende)
overbelasting.
De volgende taken vallen niet onder de thuisondersteuning: administratieve
taken zoals rekeningen betalen en begeleiden bij een bezoek aan huisarts of
medisch specialist. Voor deze taken worden cliënten verwezen naar andere
voorzieningen zoals vrijwilligers.
Thuisondersteuning 1
Thuisondersteuning 1 wordt geboden door de sociaalwerker en wordt niet
beschikt. De ondersteuning is gericht op het stabiliseren/behouden van
zelfstandigheid/zelfstandig wonen.
Thuisondersteuning 2
Thuisondersteuning 2 wordt beschikt en geboden door een medewerker van een
zorgaanbieder, een generalist met signalerend vermogen. De ondersteuning is
gericht op het stabiliseren, behouden of bevorderen van
zelfstandigheid/zelfstandig wonen. Het gaat om activiteiten die gericht zijn
op: zelfzorghandelingen uitvoeren, het dagelijks sociaal functioneren,
behoud van dag/weekstructuur, regie houden en besluitvoering. De
ondersteuning betreft planbare zorg.
Thuisondersteuning 3
Thuisondersteuning 3 wordt beschikt en geboden door een medewerker van een
zorgaanbieder met specifieke deskundigheid. Er wordt hierbij gekeken naar de
aandoening van de cliënt en de zwaarte daarvan (psychisch, somatisch, een
lichamelijke of verstandelijke beperking). De ondersteuning is gericht op
het stabiliseren, behouden of bevorderen van zelfstandigheid/zelfstandig
wonen. Het gaat om activiteiten die gericht zijn op: zelfzorghandelingen
uitvoeren, het dagelijks sociaal functioneren, behoud van dag/weekstructuur,
regie houden en besluitvoering. De ondersteuning is planbare en onplanbare
zorg en is op afroep beschikbaar.
Thuisondersteuning 4
Thuisondersteuning 4 wordt beschikt en geboden door een medewerker van een
zorgaanbieder met specifieke deskundigheid. Er wordt hierbij gekeken naar de
aandoening van de cliënt en de zwaarte daarvan (psychisch, somatisch, een
lichamelijke of verstandelijke beperking). Er is sprake van (ernstige)
gedragsproblematiek bij de cliënt. De ondersteuning is gericht op het
stabiliseren, behouden of bevorderen van zelfstandigheid/zelfstandig wonen.
Het gaat om activiteiten die gericht zijn op: zelfzorghandelingen uitvoeren,
het dagelijks sociaal functioneren, behoud van dag/weekstructuur, regie
houden en besluitvoering. De ondersteuning is planbare en onplanbare zorg en
is op afroep beschikbaar.
Een schematisch overzicht van deze verschillende vormen van TO is als
bijlage bijgevoegd aan deze beleidsregels en is daarmee onderdeel van de
beleidsregels (bijlage 1).
7.5.1 Doelgroep
De cliënt is 18 jaar of ouder en is beperkt in zelfredzaamheid als gevolg
van een lichamelijke, zintuiglijke, cognitieve, verstandelijke of
psychiatrische beperking of een combinatie daarvan. De cliënt is niet
(geheel) in staat om zelfstandig of met behulp van eigen leefomgeving of
voorliggende voorzieningen, zich te handhaven. Thuisondersteuning kan voor
alle huishoudens met en zonder kinderen worden aangeboden zolang het niet
valt onder Transitie Arrangement Jeugd.
Binnen de thuisondersteuning 3 en 4 geldt tevens onderstaand
onderscheid:
Mensen met een verstandelijke beperking (VG)
Er is sprake van een verstandelijke beperking als wordt voldaan aan alle
drie de voorwaarden:
De cliënt scoort beneden gemiddeld op een algemene intelligentietest
(norm: IQ 70 of lager);
Er blijvende beperkingen zijn op het gebied van de sociale
redzaamheid of participatie
De situatie voor het 18e levensjaar is ontstaan.
Als sprake is van een IQ tussen 70 en 85, maar er sprake is van ernstige en
chronische beperkingen in de sociale redzaamheid of participatie,
bijvoorbeeld als gevolg van ernstige gedragsproblemen, is er eveneens sprake
van een verstandelijke beperking.
Mensen met een psychiatrische beperking (PSY)
Mensen met een psychiatrische aandoening/beperking worden als gevolg van hun
aandoening belemmerd in belangrijke levensgebieden als leren, wonen, werken
en sociale contacten. Iemand kan gedurende een aantal jaren te maken hebben
met een psychiatrische aandoening. Een aantal mensen met een psychiatrische
aandoening hebben ondersteuning nodig, anderen periodiek of geheel
niet.
Mensen met een somatische beperking (SOM)
Deze doelgroep bestaat in hoofdzaak uit 75-plussers, die zowel een
psycho-geriatrische of een somatische aandoening hebben die de kwaliteit van
het functioneren beperken. Dit beperkt iemand in het optimaal functioneren
in vergelijking tot mensen in soortgelijke omstandigheden. Een somatische
aandoening kan tijdelijk zijn of chronisch van aard.
Mensen met een lichamelijke beperking (LG)
Mensen met een lichamelijke beperking hebben niet de (volledige) beschikking
over lichamelijke functies waardoor het uitvoeren van vaardigheden en/ of
handelingen wordt beperkt. De beperkingen kunnen zich uiten op drie
hoofdgebieden:
Motorische beperkingen; stoornissen bij het lopen, het gebruik van de
armen/handen of het evenwicht.
Cognitieve beperkingen; stoornissen in het gebruik van taal, verwerking van
zintuiglijke informatie, de vaardigheid van handelen.
Andere functiebeperkingen: zoals, verlaagd bewustzijn, afwijkende
lichaamsvormen en uitzonderlijke risico’s zoals b.v. de gevolgen van
epilepsie, huidbeschadigingen en hartlongaandoeningen.
Mensen met een psychogeriatrische aandoening (PG)
Mensen met een psychogeriatrische aandoening wordt gevormd door een ziekte,
aandoening of stoornis in of van de hersenen. Veelal is er een aantasting te
zien van onder andere denkvermogen, gevoelsleven, intellect, geheugen al of
niet in combinatie met afname van motorische functies en vermindering van
sociale zelfredzaamheid.
Dementie is een verzamelnaam voor een aantal ziekteverschijnselen die
allemaal veroorzaakt worden door niet-aangeboren afwijkingen in de
hersenen.
7.5.2 Resultaat
Thuisondersteuning 2, 3 en 4 is gericht op het bevorderen, behouden of
ondersteunen van de zelfredzaamheid en het voorkomen van verwaarlozing. Ook
kan thuisondersteuning worden ingezet ter ontlasting van een (dreigende)
overbelasting van de persoon die gebruikelijke hulp of mantelzorg
biedt.
7.5.3 Verstrekking van maatwerkvoorziening
Met uitzondering van thuisondersteuning I die door het sociaal wijkteam
wordt geboden, kan praktische thuisondersteuning, thuisondersteuning en hulp
bij het huishouden in de vorm van zorg in natura (ZIN) of Pgb worden
verstrekt.