In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Gehandicaptenparkeerplaats:
Een parkeerplaats die is aangeduid met het bord E6 en gereserveerd is voor degene die krachtens artikel 12 BABW de desbetreffende parkeerplaats heeft toegewezen gekregen.
b.Aanvrager:
Degene die verzoekt om voor hem een gedeelte van de openbare weg als gehandicaptenparkeerplaats in te richten.
c.Parkeerplaats op eigen terrein (POET):
Een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins, of
Een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken in een garage of op een perceel, omdat deze volgens een raadsbesluit, een bouwvergunning, een erfpachts- of splitsingsakte of een huur- of koopovereenkomst voor de woning van de aanvrager bestemd is, of
Een voormalige parkeerplaats op eigen terrein die door of vanwege de aanvrager een andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft gekregen.
d. Onderzoeksmomenten:
Tijdstip gedurende drie aaneengesloten dagen (donderdag tot en met zaterdag) waarop de bezetting van bestaande openbare parkeerplaatsen wordt geteld.
e.Parkeerdruk:
Verhouding tussen het aantal op de openbare weg geparkeerde motorvoertuigen binnen een bepaald gebied en het totaal aantal parkeerplaatsen op de openbare weg binnen dat gebied.