Voor een gehandicaptenparkeerplaats kunnen personen in aanmerking komen die motorvoertuigen op meer dan twee wielen besturen en die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 20 meter aan een stuk te voet te overbruggen.
In afwijking van het eerste lid van dit artikel kunnen personen, die motorvoertuigen op meer dan twee wielen besturen en ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking van
langdurige aard hebben, in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerplaats indien de afstand van de woning van de aanvrager tot de dichtstbijzijnde parkeergelegenheid groter is dan 20 meter en niet binnen de maximale afstand ligt die de aanvrager zelfstandig kan overbruggen, met dien verstande dat de aanvrager geen grotere afstand dan 100 meter zelfstandig kan overbruggen.