Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid Participatiewet

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016

Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de PW wordt de uitkeringsnorm verlaagd met inachtneming van het onderstaande: Indien een belanghebbende voorafgaande aan de ingangsdatum van de bijstandsverlening het beschikbare vermogen op een onverantwoorde wijze heeft besteed waardoor hij niet langer beschikt over de middelen om in de kosten van het bestaan te voorzien en als gevolg daarvan eerder dan noodzakelijk een beroep moet doen op bijstand wordt de uitkeringsnorm op deze gedraging afgestemd met een verlaging van 100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand. Indien er sprake is van het niet of niet volledig tot uitbetaling komen van een voorliggende voorziening vanwege verrekening, waarbij op grond van een wettelijk voorschrift artikel 4:93 vierde lid van de Awb buiten toepassing is gelaten, wordt de bijstand op deze gedraging afgestemd met een verlaging van 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand. Indien een belanghebbende op een andere wijze door eigen toedoen afhankelijk wordt van de bijstand dan wordt de bijstand op deze gedraging afgestemd met een verlaging van 100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand. Indien de belanghebbende verwijtbaar geen beroep doet op een voorliggende voorziening en de aanspraak op de voorliggende voorziening niet is vast te stellen wordt de uitkeringsnorm op deze gedraging afgestemd met een verlaging van 50% van de uitkeringsnorm gedurende één maand. Indien een belanghebbende niet of in onvoldoende mate voldoet aan een opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de PW wordt een verlaging toegepast van 50% gedurende één maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel