Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde
arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de
artikelen 37 en 38 van de IOAW/IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen,
worden onderscheiden in de volgende categorieën:
eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als
werkzoekende bij het UWV of het niet tijdig laten verlengen van
de registratie;
tweede categorie:
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
onderzoek naar de mogelijkheden tot
arbeidsinschakeling;
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het
college aangeboden voorziening als bedoeld in de
artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel
e, van de IOAW of de IOAZ, voor zover dit niet heeft
geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige
beëindiging van die voorziening;
het niet of onvoldoende verrichten van een door het
college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als
bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de
IOAW of de IOAZ;
derde categorie:
het niet of in onvoldoende mate naar vermogen proberen
algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
geaccepteerde arbeid;
het niet of in onvoldoende mate gebruik maken van door
het college aangeboden voorzieningen, waaronder begrepen
sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling en
het niet of in onvoldoende mate mee te werken aan
onderzoek naar zijn of haar mogelijkheden tot
arbeidsinschakeling.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Gedragingen IOAW en IOAZ
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016