De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8 en 9, wordt
vastgesteld op:
10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen
van de eerste categorie;
50% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen
van de tweede categorie;
100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen
van de derde categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016