**1..** de draagkracht en draaglast van de mantelzorger is in balans.
**2..** een schoon, leefbaar en gestructureerd huishouden voeren;
**3..** wonen in een geschikte woning;
**4..** het uitvoeren van dagelijkse activiteiten en het hebben van een ingevulde dag;
**5..** mogelijkheid om te verplaatsen, vervoeren en sociale contacten aan te gaan;
**6..** mogelijkheid om beschermd te kunnen wonen en opvang te krijgen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2.