Naar hoofdinhoud
Het college beoordeelt op basis van de mate van de beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie, het verslag en eventueel het persoonlijk plan wat de ondersteuningsbehoefte is en op welke maatwerkvoorziening de inwoner eventueel is aangewezen. De mate waarin de beperking aanwezig is, speelt een rol bij het bepalen van de uiteindelijke ondersteuningsbehoefte. Dit is slechts een hulpmiddel om de ondersteuningsbehoefte te bepalen. Lichte beperkingen Stimuleren van het zelf uitvoeren van taken en activiteiten is nodig. Daaronder kan ook het (tijdelijk en/of deels) toezicht worden verstaan geboden door een professionele ondersteuner. De inwoner met lichte beperkingen is in het algemeen in staat om zelf om ondersteuning te vragen. De ondersteuning kan gericht zijn op het oefenen met vaardigheden of handelingen. Daaronder kan ook het gebruik van bijvoorbeeld hulpmiddelen worden verstaan. Matige beperkingenHelpen bij het (zelf) uitvoeren van taken en activiteiten is nodig. Daaronder kan ook het (tijdelijk en/of deels) toezicht worden verstaan. Het is noodzakelijk dat een professionele ondersteuner, al dan niet met regelmaat, ondersteuning biedt ter voorkoming van een achteruitgang/verslechtering van de zelfredzaamheid. De inwoner met matige beperkingen is niet (altijd) in staat om zelf om ondersteuning te vragen. Zware beperkingenHet (deels en/of tijdelijk) overnemen van taken en/of continu bieden van ondersteuning en/of toezicht is nodig. De inwoner heeft bijvoorbeeld geen of onvoldoende regievermogen. Het is noodzakelijk dat een professionele ondersteuner deze ondersteuning biedt. Denk ook aan sturing op problematisch gedrag of een inwoner met oriëntatiestoornissen. Er kan sprake zijn van risico’s voor veiligheid van de inwoner of zijn omgeving. De inwoner met zware beperkingen is meestal niet in staat om zelf om ondersteuning te vragen.

Rechtspraak bij dit artikel