Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

- Onverantwoord omgaan met vermogen

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2004

1.. Indien voorafgaand aan dan wel ten tijde van de bijstandsverlening over een vermogen kon worden beschikt boven het bescheiden vrij te laten vermogen conform artikel 34 lid 2 sub b en lid 3 van de wet en hierop is ingeteerd op een wijze die getuigt van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, wordt de bijstand verlaagd en daarbij zoveel mogelijk afgestemd op: de wijze van onverantwoord interen op het vermogen; de hoogte van het bedrag dat onverantwoord is ingeteerd; het eventueel resterende vermogen onder het vrij te laten bescheiden vermogen van belanghebbende. De verlaging van de norm als gevolg van voornoemd verwijtbaar handelen van belanghebbende is voor: categorie 1 tot € 2.500,00 : 10% 12 maanden categorie 2 tussen de € 2.500,00 en € 10.000,00 : 15% 12 maanden categorie 3 boven de € 10.000,00 : 20% 12 maanden 2.. Het totale bedrag waarmee de bijstand wordt verlaagd, berekend over de hele periode van verlaging, kan niet meer bedragen dan het bedrag dat onverantwoord is ingeteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel