Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Criteria voor maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Besluit nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Venlo 2017

1.. Voorliggend op maatwerkvoorzieningen kunnen worden ingezet: algemeen gebruikelijke voorzieningen, waarvan een niet-limitatief overzicht is opgenomen in de beleidsregel bij dit besluit, algemene voorzieningen, waarvan een niet-limitatief overzicht is opgenomen in de bijlage bij dit besluit. 2.. Een maatwerkvoorziening wordt toegekend voor de duur waarvoor deze noodzakelijk is. 3.. Een maatwerkvoorziening kan eveneens worden verstrekt: ter preventie, om te voorkomen dat opvoeden, opgroeien, zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt voor problemen (dreigen te) zorgen, ter ondersteuning van de mantelzorger. 4.. Er wordt geen maatwerkvoorziening toegekend indien de cliënt om hetzelfde resultaat te bereiken aanspraak kan maken op enige andere voorziening of dienst op grond van andere wet- of regelgeving om de noodzaak voor compensatie in te vullen. 5.. Een cliënt is verplicht om zorgvuldig met de aan hem in bruikleen of eigendom verstrekte voorziening om te gaan, zodat dit de levensduur van de voorziening ten goede komt. 6.. Na overlijden van de cliënt of verhuizing naar een instelling voor langdurig verblijf Kan de toekenning door tussenkomst van het kernteam voor een maatwerkvoorziening, indien er een huisgenoot is, gedurende maximaal vier weken doorlopen, en kan de toekenning worden aansluitend op deze vier weken worden verlengd indien de achtergebleven huisgenoot voor dezelfde maatwerkvoorziening in aanmerking komt, binnen de in sub a genoemde vier weken door of namens de achtergebleven huisgenoot een eigen ondersteuningsvraag is ingediend, tot het moment dat er een besluit is genomen op deze ondersteuningsvraag. 7.. Maatwerkvoorzieningen in de vorm van hulpmiddelen en woonvoorzieningen worden in bruikleen verstrekt, tenzij de aard van de maatwerkvoorziening zich daar niet toe leent. 8.. Een besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening kan, naast de relevante bepalingen in Jeugdwet, Wmo 2015 en de verordening, worden geweigerd, herzien of ingetrokken indien: de cliënt niet langer meewerkt of niet zal meewerken aan het goed functioneren van een maatwerkvoorziening, of de cliënt niet langer meewerkt of niet zal meewerken aan het komen tot de in het leefzorgplan vastgelegde resultaten, of de maatwerkvoorziening niet langer wordt gebruikt in overeenstemming met de voorwaarden die aan de maatwerkvoorziening zijn verbonden, zoals die, indien van toepassing, in de bruikleenovereenkomst zijn vastgelegd. 9.. Indien een cliënt of zijn vertegenwoordiger, die een toekenning voor een maatwerkvoorziening heeft, een (voornemen tot) verhuizing naar een andere gemeente mededeelt aan het kernteam, zoals bedoeld in artikel 8.1 van dit besluit, dan neemt het kernteam na overleg met de cliënt of zijn vertegenwoordiger contact op met de gemeente van nieuwe vestiging om een goede overdracht te organiseren. 10.. Indien een cliënt of zijn vertegenwoordiger, die in een andere gemeente een toekenning voor een maatwerkvoorziening heeft ontvangen, een (voornemen tot) verhuizing naar de gemeente Venlo mededeelt aan het kernteam, dan neemt het kernteam na overleg met de cliënt of zijn vertegenwoordiger contact op met de gemeente van herkomst om een goede overdracht te organiseren. 11.. Indien de cliënt, die een toekenning voor een maatwerkvoorziening voor jeugdhulp heeft, 18 jaar wordt en vanaf die leeftijd onder een andere regeling komt te vallen buiten de bevoegdheid van het college, dan neemt het kernteam na overleg met de cliënt of zijn vertegenwoordiger contact op met de instantie die verantwoordelijk wordt voor de cliënt, om een goede overdracht te organiseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel