**1..** De mate waarin de schending van de inlichtingenplicht de betrokkene kan worden verweten, wordt beoordeeld naar de omstandigheden waarin hij verkeerde toen de inlichtingenplicht had moeten worden nagekomen.
**2..** Bij de beoordeling van de mate waarin de gedraging betrokkene kan worden verweten, leiden de volgende criteria tot verminderde verwijtbaarheid:
Betrokkene verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden die niet tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenverplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt;
Betrokkene verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen;
Betrokkene heeft wel inlichtingen verstrekt maar die waren onjuist of onvolledig of hij heeft op andere wijze een wijziging van omstandigheden niet gemeld binnen twee weken maar uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij de betrokkene deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van een controle van het college.
Het college was reeds op andere wijze bekend met de informatie.
Overige omstandigheden die leiden tot verminderde verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 3
Artikel 6.
Verminderde verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete PW en IOAW/IOAZ Gooise Meren 2016