Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:

  • - het aantal personen, dat verblijf heeft gehouden, bepaald op 2,5;
  • - het aantal etmalen, dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 18.