Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16:1:1:11

Procedure

Onderdeel van CAR/UWO

Klachten kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden ingediend bij het hoofd van dienst. Voor de behandeling van mondeling ingediende klachten is verder geen procedure vastgesteld. Bij de klachtencommissie kan een klacht uitsluitend schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. De klachtencommissie/hoofd van dienst beoordeelt of klager in zijn klacht ontvankelijk kan worden verklaard. Klager wordt van de beslissing - bij afwijzing met redenen omkleed - in kennis gesteld. De klachtencommissie/hoofd van dienst houdt klager gedurende de procedure op de hoogte van de voortgang. De klachtencommissie/hoofd van dienst stelt een procesdossier samen. Na afronding van de klachtenbehandeling ligt het dossier aan klager en aangeklaagde ter inzage. De klachtencommissie/hoofd van dienst brengt binnen vier weken nadat de klacht is ingediend, schriftelijk en met redenen omkleed een advies uit aan het college inzake de gegrond-/ongegrondverklaring van de klacht en omtrent eventueel te nemen maatregelen. Klager en aangeklaagde worden zo spoedig mogelijk van de inhoud van het advies in kennis gesteld. Genoemde termijn kan met ten hoogste vier weken indien de klachtencommissie daartoe gronden aanwezig acht. De klachtencommissie/hoofd van dienst brengt het uitstel van de advisering onverwijld schriftelijk en met redenen omkleed ter kennis van klager en aangeklaagde. Het college neemt binnen twee weken nadat zij het advies van de klachtencommissie hebben ontvangen een beslissing over de gegrond-/ ongegrondheid van de klacht en te nemen maatregelen in geval van gegrondheid. De basis voor deze maatregelen ligt vast in hoofdstuk 16 c.q. artikel 1639b van het Burgerlijk Wetboek.

Rechtspraak bij dit artikel