Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:3:1:5

Afbouwregeling

Onderdeel van CAR/UWO

De overgangstoelage als bedoeld in artikel 3:3:1:4 bedraagt: gedurende drie maanden vanaf de datum van ontheffing 100 procent van de berekeningsbasis; vervolgens gedurende drie maanden 75 procent van de berekeningsbasis; vervolgens gedurende drie maanden 50 procent van de berekeningsbasis; vervolgens gedurende drie maanden 25 procent van de berekeningsbasis; waarna de overgangstoelage wordt beëindigd. Als berekeningsbasis geldt het verschil tussen het gemiddelde per maand van de over de laatste zes maanden genoten wachtdiensttoelage, respectievelijk toelage wegens onregelmatige diensten en de overeenkomstige toelage welke in de direct daarop volgende maand wordt genoten. Bij de vaststelling van de berekeningsbasis blijft een tijdens de wachtdienst genoten overwerkvergoeding buiten beschouwing. Het aantal maanden als genoemd in het eerste lid, onder a, b, c en d wordt verhoogd met één maand voor elke volle vijf achtereenvolgende jaren dat de ambtenaar een toelage heeft genoten als bedoeld in artikel 3:3:1:4. De ambtenaar, die ten minste gedurende tien jaren, direct voorafgaande aan het tijdstip van de in artikel 3:3:1:4 bedoelde beëindiging of vermindering ervan in het genot is geweest van een wachtdiensttoelage of een toelage wegens onregelmatige diensten die bij het bereiken van de 55 jarige leeftijd in het genot is van een overgangstoelage als bedoeld in artikel 3:3:1:4, behoudt die overgangstoelage ter grootte van het op zijn 55ste verjaardag geldende bedrag tot de datum van ontslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel