Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4:1:1:2

Vaste werktijden

Onderdeel van CAR/UWO

De werktijden van de individuele werknemer worden met inachtneming van de bepalingen van dit besluit door het hoofd van dienst in overleg met de werknemer vastgesteld. Indien omstandigheden zulks naar zijn oordeel rechtvaardigen, kan het hoofd van dienst bij het vaststellen van de werktijden in incidentele gevallen in overleg met de werknemer afwijken van het bepaalde in de artikelen 4:1:1:3 en 4:1:1:4. De werktijden van de individuele werknemer, werkzaam in groepsverband, worden door het hoofd van dienst in overleg met de groep vastgesteld. De werktijden van de individuele werknemer, werkzaam bij roosterwisselende werktijden, worden door het hoofd van dienst conform dat rooster vastgesteld. De artikelen 4:1:1:3 tot en met 4:1:1:6 zijn dan niet van toepassing. Bij de vaststelling van de werktijden wordt, voorzover naar het oordeel van het hoofd van dienst de goede voortgang van de dienst niet wordt geschaad en onverminderd de overige bepalingen van dit besluit, zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de wensen van de individuele werknemer. Bij de vaststelling van de werktijden wordt er zorg voor gedragen dat de kantoren van de diensten en tijdens de openstelling voor het publiek en ook van 16.00 uur tot 17.00 uur naar het oordeel van het hoofd van dienst in redelijke mate zijn bezet. De vaststelling geschiedt in de regel voor de duur van een kwartaal.

Rechtspraak bij dit artikel